|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Integratie milieuaspecten in andere beleidsdomeinen
OverkoepelendOp Europees niveau zijn er diverse dossiers die niet terug te brengen zijn tot één bepaald beleidsdomein, maar die diverse beleidsdomeinen raken en overstijgen. Vermits deze dossiers overkoepelend van aard zijn en meerdere beleidsdomeinen bestrijken, hebben zij ook veel onderlinge linken en aanknopingspunten. Bij de presentatie van zijn programma voor de nieuwe Commissie in 2009, heeft voorzitter Barroso zijn visie gegeven over hoe de Europese Unie er in 2020 voor zou moeten staan. Het einde van de huidige crisis moet ook de start zijn van een nieuwe duurzame sociale markteconomie; een slimmere, groenere economie waarin onze welvaart voorkomt uit innovatie en uit een betere gebruik van de hulpbronnen, en waarin kennis de basis is van alles. Om die omschakeling mogelijk te maken, bracht de Commissie in maart 2010 de "EU 2020strategie” uit, als opvolger van de Lissabonstrategie. Deze strategie is de groeistrategie van de EU voor de komende 10 jaar. De EU moet een slimme, duurzame en inclusieve economie worden in een snel veranderende wereld. De EU heeft hiervoor 5 ambitieuze doelstellingen vastgesteld voor werkgelegenheid, innovatie, onderwijs, sociale samenhang en klimaat/energie, die ze tegen 2020 wil bereiken. Elk EU-land moet eigen nationale doelstellingen goedkeuren voor deze terreinen. De strategie stoelt op concrete maatregelen op EU- en nationaal niveau. De Commissie stelt 7 kerninitiatieven voor als katalysator voor de verschillende prioriteiten, waarbij het vlaggenschip "Innovatie-Unie" en het vlaggenschip "Efficiënt gebruik van hulpbronnen" het meest relevant zijn voor het EU milieubeleid. De EU strategie voor duurzame ontwikkeling, die in 2006 is herzien, vormt een kader voor een langetermijnvisie op duurzaamheid, waarin economische groei, sociale cohesie en milieubescherming hand in hand gaan en elkaar ondersteunen om hetzelfde doel te bereiken. De Europese Commissie brengt hierover elke twee jaar een voortgangsverslag uit. De volgende toetsing eind 2011 zal hoogstwaarschijnlijk meer klaarheid brengen in de rol van de lange termijn EU strategie voor duurzame ontwikkeling ten opzichte van de eerder korte termijn strategie EU 2020. Eind juni 2011 bracht de Europese Commissie de mededeling “A budget for Europe 2020” met hierin de eerste voorstellen voor een nieuw meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2014-2020. Vanaf het najaar, volgen dan onderhandelingen over specifieke wetgevingsvoorstellen voor de verschillende beleidsgebieden. Mainstreaming van milieubezorgdheden in andere beleidsdomeinen zal in het toekomstige MFK nog belangrijker worden; dit zal geconcretiseerd worden in de wetgevende voorstellen van bv cohesie- en landbouwbeleid. Op Vlaams niveau zullen de verschillende operationele programma’s hier een grote rol in spelen. De Commissie stelt een totaal bedrag van 1025 miljard euro (2011 prijzen) voor in vastleggingskredieten, gespreid over 5 rubrieken. Specifiek voor milieubeleid is de 2de rubriek inzake duurzame groei (goed voor 382,927 miljard euro, of dus 37,4% van het totaalbudget) van groot belang. Hieronder vallen immers het landbouwbeleid (incl. plattelandsontwikkeling en agromilieumaatregelen) en het Life+ fonds. Wat betreft dit laatste, stelt de Commissie voor het Life+ budget op te trekken van 2,2 bn euro tot 3,2 bn euro. De focus van het nieuwe LIFE+ programma is echter verschoven: toevoeging van een “climate change subprogramme” (0,8 bn eur); het “environment subprogramme” (2,4 bn euro) bevat naast natuur en biodiversiteit nu ook resource efficiency (eco-innovatie is eruit gehaald en zit nu onder Horizon 2020 in Rubriek 1). In de voorstellen wordt ook een “Global climate and biodiversity fund” (dat buiten het MFK kader valt) naar voor geschoven; hierover is echter nog grote onduidelijkheid. Via de mededeling “Het BBP en verder - Meting van de vooruitgang in een veranderende wereld” heeft de Commissie zich geëngageerd om indicatoren te ontwikkelen die een meer correcte en bruikbare maatstaf bieden voor de vooruitgang in de duurzame totstandbrenging van sociale, economische en milieudoelstellingen. In de mededeling stelt de Commissie voor vijf acties te ondernemen, waaronder het opstellen van een piloot index voor milieudruk, de ontwikkeling van een EU scorebord voor duurzame ontwikkeling, en de uitbreiding van de nationale rekeningen tot sociale en milieuaspecten waarvoor in juni 2011 een verordening inzake milieurekeningen werd aangenomen. Het concept komt ook aan bod in tal van andere raadsconclusies gerelateerd met duurzame ontwikkeling; biodiversiteit en waardering van ecosysteem diensten; eco-efficiëntie; toekomstig meerjarig financieel kader en discussie omtrent mogelijke andere indicatoren (naast BNP) als criteria om in aanmerking te komen voor steun; en de nood aan juiste indicatoren en de juiste streefdoelen om te streven naar smart/sustainable/inclusive growth binnen de EU 20202 strategie. Stedelijk milieuDe thematische strategie voor het stadsmilieu is één van de zeven thematische strategieën uit het 6de Milieuactieprogramma (MAP6). De in het kader van deze thematische strategie geboden maatregelen zijn erop gericht de toepassing van het bestaande milieubeleid en de bestaande milieuwetgeving van de EU op lokaal niveau te helpen verbeteren door de lokale autoriteiten te stimuleren een meer geïntegreerde aanpak te volgen voor het stadsbeheer en ze daarbij te assisteren, en door de lidstaten uit te nodigen dit proces te ondersteunen en de op EU-niveau geboden kansen te benutten. TransportVolgens het Europees Milieuagentschap is transport verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de totale energieconsumptie in de EMA-lidstaten en voor meer dan een vijfde van de uitstoot van broeikasgassen. Het is ook voor een groot deel verantwoordelijk voor geluidshinder en luchtvervuiling in stedelijke gebieden. Transport beïnvloedt bovendien in sterke mate het landschap omdat het natuurlijke gebieden opdeelt in kleine stukken land, wat ernstige gevolgen heeft voor biodiversiteit. In maart 2011 lanceerde de Commissie haar Witboek Transport met een stappenplan om te werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem. Het stappenplan bevat 40 concrete voorstellen voor de komende 10 jaar om te bouwen aan een competitief vervoerssysteem met meer mobiliteit, minder barrières en meer gelegenheid voor groei en tewerkstelling. Tegelijk beoogt het witboek de Europese afhankelijkheid van olie te verminderen en de CO2-uitstoot in het verkeer met 60% te verminderen tegen 2050. Daarnaast heeft de Commissie de afgelopen jaren tal van meer specifieke initiatieven gelanceerd om transport te vergroenen en emissies te beperken (vb. de verordeningen inzake CO2 uitstoot door lichte bedrijfsvoertuigen en door personenwagens, richtlijn integratie luchtvaart in EU ETS, …). Meer info inzake reductie van broeikasgassen is te vinden in de sectie “klimaatverandering”. LandbouwLandbouwgrond beslaat ongeveer 50% van de EU. Hierdoor heeft het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) een grote rol in het beïnvloeden van landbeheer en behalen van milieudoelstellingen. Volgens het Europees Milieuagentschap is de landbouwsector in hoge mate verantwoordelijk voor de vervuiling van oppervlaktewater en zeeën door voedingsstoffen, het verloren gaan van biodiversiteit, en voor residuen van bestrijdingsmiddelen in grondwater. Het GLB neemt in het huidige financiële kader (2007-2013) ongeveer 40% van het totale EU budget in en is dan ook het belangrijkste financieel instrument beschikbaar voor het behalen van ambitieuze milieudoelstellingen. Het huidige gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) steunt op twee pijlers: marktbeleid (ondersteuning van het concurrentievermogen van de Europese landbouwers) en plattelandsontwikkeling (stimuleren van de ontwikkeling van het platteland, met name van probleemgebieden). Herzieningen van het GLB en door de sector zelf genomen maatregelen hebben tot een aantal verbeteringen geleid, maar er is meer nodig om het evenwicht tussen landbouwproductie, plattelandsontwikkeling en het milieu te herstellen. Bij de “CAP Health Check” van 2008 werden nieuwe uitdagingen geïdentificeerd zoals klimaat, biodiversiteit, waterbeheer, hernieuwbare energie, innovatie op deze vier gebieden en begeleidende maatregelen in de zuivelsector. Eind 2010 publiceerde de Commissie alvast een eerste mededeling “Het GLB tot 2020:inspelen op de uitdagingen van de toekomst inzake voedsel, natuurlijke hulpbronnen en territoriale evenwichten”. De hervorming van het GLB moet worden voortgezet, met als doel een duurzamere, slimmere en meer inclusieve groei voor het rurale Europa. Om dit te bereiken moet het toekomstige GLB volgens de Commissie een groenere en billijker verdeelde eerste pijler bevatten, en een tweede pijler die meer gericht is op concurrentievermogen en innovatie, klimaatverandering en het milieu. Eind juni 2011 lanceerde de Commissie voorstellen voor een nieuw meerjarig financieel kader (zie hierboven); de voorstellen inzake een nieuw toekomstig landbouwbeleid volgen in het najaar van 2011. Industrieel beleidDe kritieke afhankelijkheid van de EU van bepaalde grondstoffen toont aan dat een verschuiving naar een economie met een efficiënter gebruik van hulpbronnen en naar duurzame ontwikkeling steeds dringender nodig wordt. In 2008 publiceerde de Commissie een mededeling inzake een geïntegreerd Grondstoffeninitiatief, dat steunt op 3 pijlers: toegang tot grondstoffen op de wereldmarkten onder niet-verstoorde mededingingsvoorwaarden, bevordering van de duurzame grondstoffenvoorziening uit Europese bronnen, en terugschroeven van het verbruik van primaire grondstoffen in de EU. In juli 2008 verscheen een actieplan inzake duurzame consumptie en productie en een duurzaam industriebeleid ikv de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling van juni 2006. Dit plan omvat een reeks voorstellen voor duurzame consumptie en productie die zullen bijdragen tot de verbetering van de milieuprestaties van producten (vb via ecodesign) en tot een grotere vraag naar meer duurzame goederen en productietechnologieën. Andere maatregelen zijn het European Environmental Technology Verification Scheme, om innovatie te stimuleren en de herziening van de Ecolabel verordening, herziening van EMAS-verordening en het SME environmental compliance programme, alsook maatregelen voor een duurzamere publieke en private aanbesteding. In 2004 stelde de Commissie een Actieplan voor milieutechnologieën (Environmental Technologies Action Plan – ETAP) voor om milieuvriendelijke technologieën te stimuleren en zo te streven naar duurzame ontwikkeling, economische groei en een beter concurrentievermogen. Het eco-innovatie-initiatief (onderdeel van het Competitiveness and Innovation Program - CIP) overbrugt de kloof tussen onderzoek en de markt en draagt zo bij tot de implementatie van ETAP. Hergebruik van materialen, gebouwen, de eet- en dranksector, en green bussiness komen prioritair in aanmerking voor financiering uit hoofde van dit eco-innovatie-initiatief.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||