|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hinder - Verstoring door licht
Lichthinder is de overlast die de mens ondervindt van kunstlicht. Dit kan zich uiten in verblinding, verstoring van nachtelijke activiteiten of in een algemeen gevoel van onbehagen. Daarnaast zijn ook fysiologische gevolgen mogelijk, zoals een verstoring van het bioritme. Lichtvervuiling is een verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door kunstlicht, bv. door lichtbronnen die te fel of te veel licht uitstralen, op het verkeerde moment of in de verkeerde richting stralen. Effecten op dieren zijn onder meer de isolatie van populaties door het barrière-effect van verlichting, en aantrekking en verblinding van dieren met verkeersslachtoffers tot resultaat. Milieubeleidsplan 2003-2007Langetermijndoelstelling (2020)
Plandoelstelling
Maatregelen en projectenIn de eerste plaats is (wetenschappelijke) kennis met betrekking tot lichthinder nodig. Centraal staat dan ook onderzoek dat het beleid moet onderbouwen. Instrumenten ontwikkelen en kennis uitbreiden VLAREM II bevat enkele algemene en weinig concrete bepalingen voor de bestrijding van lichthinder. Er is een dringende nood aan richtlijnen voor het plaatsen en certificeren van verlichtingstoestellen en aan een aanvulling van VLAREM II met technische specificaties. Financiële aanmoedigingen voor sanering kunnen de uitvoering van het beleid versnellen, meer bepaald in de landbouwsector (serreverlichting) en de recreatiesector (verlichting van sportterreinen). Om een beleid te kunnen ontwikkelen moet Vlaanderen zijn beperkte kennis in verband met lichthinder uitbreiden. Zo wordt er gedacht aan het opmaken van een inventaris van de bronnen van lichthinder en hun aandeel in de problematiek, en aan het periodiek herhalen van enquête-initiatieven. Om doelgroepen te sensibiliseren moet de Vlaamse overheid hen technische ondersteuning en begeleiding bieden. Algemeen wetenschappelijk en technisch onderzoek is nodig om juridische en economische instrumenten uit te bouwen. Meer fundamenteel onderzoek is vereist naar de mogelijkheid om 'donkergebieden' in te richten en naar bijkomende maatregelen om lichtvervuiling en barrièrewerking tegen te gaan. Sensibiliseren en samenwerken met andere overheden Sensibilisering is een belangrijk instrument om nieuwe lichthinder te voorkomen. Allerlei doelgroepen en sectoren dragen bij tot de problematiek van de overmatige verlichting. Daarom is het ook zeer belangrijk dat zij alternatieven of oplossingen aangereikt krijgen. Voor concrete maatregelen zoals ingrepen in de verlichting van openbare wegen of het opnemen van normen inzake lichthinder in stedenbouwkundige vergunningen, is samenwerking nodig met andere overheden en administraties. Lokale overheden en intercommunales zullen begeleid worden bij de vernieuwing van straatverlichting en de verlichting van openbare ruimten. Technische informatie en criteria zullen hiervoor ter beschikking gesteld worden.
En verder ...
|
Milieubeleidsplan 2003-2007![]()
ANNE
Automatic Network Noise Environnement AOT-index Accumulated Ozone above Treshold CFK-11 equivalent meeteenheid waarbij het ozonafbrekend potentieel van een stof (ODP) afgewogen wordt ten opzichte van het ozonafbrekend potentieel van CFK11 CFK's chloorfluorkoolwater- stoffen, koolwaterstoffen waarop alle/sommige waterstofatomen vervangen zijn door chloor en/of fluoratomen HFK's deelgroep van zachte CFK's die uitsluiten fluor bevatten. HCFK's gehydrogeneerde chloorfluorkoolwater- stoffen, zachte CFK's, met o.a. waterstof in de structuurformule. IVON Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk LAeq A-gewogen equivalent geluidsdruk, energetisch gemiddeld niveau dat rekening houdt met frequentieafhankelijk- heid van de gevoeligheid van het menselijk oor MKROS Milieuklachten Registratie en Opvolgingssysteem NEC-richtlijn EU-richtlijn over nationale emissiemaxima, met als doel de luchtemissies van verzurende, eutrofiërende en ozonvormende stoffen te beperken ODP Ozone Depletion Potential PM 10/2.5 stofdeeltjes met aerodynamische diameter kleiner dan respectievelijk 10 µm/2.5 µm SLO Schriftelijk Leefomgevings- onderzoek seq verspreidings- equivalent VEN Vlaams Ecologisch Netwerk, categorie van gebieden uit het Natuurdecreet, waarbinnen een specifiek gebiedsgericht natuurbeleid gevoerd wordt WKK warmtekracht- koppeling zeq zuurequivalent |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||