Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Over onze organisatie  
     
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Beleidsplanning Milieubeleidsplan Milieuthema's Verontreiniging en aantasting van de bodem

Verontreiniging en aantasting van de bodem

De bodem is het vaste deel van de aarde, met inbegrip van het grondwater, de andere bestanddelen en levende organismen. Drie milieuproblemen komen in dit thema aan bod: de verontreiniging van de bodem, van de waterbodem en de bodemaantasting.

Bij bodemverontreiniging komen door activiteiten van de mens milieugevaarlijke stoffen op of in de bodem terecht waardoor de bodemkwaliteit vermindert. Dit kan het gebruik van de bodem aanzienlijk beperken en bijvoorbeeld ontwikkelingen afremmen inzake huisvesting, landinrichting, infrastructuur en bedrijventerreinen. In sommige gevallen is de sanering zo dringend omdat de gezondheidsrisico's voor de mens (o.m. via het drinkwater of de voedselketen), de risico's voor ecosystemen of de verspreidingsrisico's te groot zijn.

Verontreiniging van de waterbodem gaat over de opname en vrijstelling van milieugevaarlijke stoffen in relatie tot de draagkracht en de kwaliteitsdoelstellingen van het aan water verbonden (aquatische) milieu. Omdat waterlopen ook regelmatig moeten worden geruimd, kan die verontreiniging ook op het land gebracht worden. Dat kan trouwens ook wanneer verontreinigde waterlopen overstromen. Dit thema behandelt de sanering van lokaal verontreinigde waterbodems en het saneren (ruimen) en verwijderen van de vrijgekomen baggerspecie van de waterbodems.

Bodemaantasting beperkt zich tot de bovenste anderhalve meter en is het gevolg van o.m. bodemerosie, verlies van organisch materiaal en mineralen zoals calcium, verzilting, verdichting, wijzigingen in het microreliëf, profielafbraak en verminderde diversiteit van bodemfauna en –flora. De bodem is hierdoor niet langer bruikbaar voor verschillende functies en onrechtstreeks is er ook invloed op de biodiversiteit, de opbrengst van gewassen en de gezondheid van bossen. Als gevolg van bodemerosie worden steeds meer mensen geconfronteerd met de overlast door modderstromen.

Milieubeleidsplan 2003-2007

Langetermijndoelstellingen


Bodemverontreiniging
  • (2021) De sanering van de urgente historische bodemverontreinigingen is vóór 2021 aangevat
  • (2036) Alle historische bodemverontreinigingen, die een ernstige bedreiging vormen, worden vóór 2036 gesaneerd

Waterbodemverontreiniging (2015)
  • Afronden van de saneringen van waterbodems van de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie met een Triade-kwaliteitsklasse 3 en 4 op probleemsites met een reële kans op herstel (i.e. waar ecologische en hydraulische functies ernstig belemmerd worden door de kwaliteit en kwantiteit van het aanwezige slib en waar betreffende functies niet belemmerd worden door andere factoren zoals waterkwaliteit, aanvoer van contaminanten en slib, en/of morfologie)
  • Beheersen van de speciekwantiteit in de waterlopen en rivieren door de aanvoer van sediment naar de waterloop te beperken en het sedimenttransport in de waterloop zelf in te dijken door een beperking van erosie en oppervlakkige afstroming, een vermindering van sedimentafvoer via overstorten en een bevordering van sedimentatie in de bovenloop

Bodemaantasting
  • Het behoud van de multifunctionaliteit van bodems die op dit ogenblik nog multifunctioneel zijn
  • (2015) Tegen 2015 zijn erosiebestrijdingsmaatregelen op het terrein uitgevoerd voor minimaal 75% van de actuele erosieknelpunten. Voor minstens 20% van de potentiële erosieknelpunten wordt de huidige situatie op het terrein bestendigd

Plandoelstellingen

Plandoelstelling Indicator
Bodemverontreiniging
 
Tegen 2007 is 30% (+/- 22.500 gronden) van de gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten onderzocht
(totaal te onderzoeken gronden is naar schatting 76.200 waarvan 65.000 in exploitatie en 11.200 met historische exploitatie)
Aantal gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten die onderzocht zijn
Tegen 2007 is de sanering van 23% (+/- 2450 gronden) van de gronden met historische bodemverontreiniging minstens opgestart (d.w.z. een project is ingediend)
(totaal te saneren gronden met historische bodemverontreiniging is naar schatting 10.700)
Aantal gronden met historische bodemverontreiniging waarvan de sanering minstens is opgestart
Waterbodemverontreiniging
 
Tegen 2007 is +/- 600.000 m³ van de historische ruimings-achterstand van hydraulische aard weggewerkt Hoeveelheid specie afkomstig van hydraulische ruimingen (m³)
Tegen 2007 is +/- 1.000.000 m³ van de historische saneringsachterstand van ecologische aard weggewerkt Hoeveelheid specie afkomstig van saneringen (m³)
Tegen 2007 is +/-150.000 m³ van de hoeveelheid specie afkomstig van hydraulische ruimingen en ecologische saneringen verwerkt volgens BATNEEC Hoeveel specie (m³) verwerkt volgens BATNEEC
Bodemaantasting
 
Tegen 2007 zijn voor 90% van de gemeenten met erosieknelpunten erosiebestrijdingsplannen opgesteld.
(totaal aantal gemeenten met erosieknelpunten wordt geschat op 100)
% gemeenten waarvoor een erosiebestrijdingsplan werd goedgekeurd
Tegen 2007 zijn erosiebestrijdingsmaatregelen (*) op het terrein uitgevoerd voor minimaal 20% van de actuele erosieknelpunten en is voor minstens 5% van de potentiële erosieknelpunten de huidige situatie op het terrein bestendigd
(*) effectieve maatregelen die verder gaan dan de code van goede Landbouwpraktijken
% actuele erosieknelpunten waarvoor erosie -bestrijdingsmaatregelen op het terrein zijn uitgevoerd en het % potentiële erosieknelpunten waarvoor de huidige situatie op het terrein is bestendigd
 

 

 

Maatregelen en projecten

 
Bodemverontreiniging aanpakken
Centraal staat de aanpak van historische en nieuwe bodemverontreiniging binnen het kader van het Bodemsaneringsdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Een project is voorzien voor een 'zaanpak van ambtshalve sanering en een geïntegreerde aanpak van brownfields en woonzones. De brownfieldgedachte is erop gericht de zware erfenis van voormalige, veelal industriële terreinen aan te pakken en ze opnieuw bruikbaar te maken. Daarbij moet de overheid inspelen op de lokale en regionale behoeften inzake gebruik van terreinen en duurzame ontwikkeling. Voor risicoterreinen die bewoond zijn, wordt onder meer een systematiek voor prioriteitsbepaling uitgewerkt. Zowel voor de brownfields als de woonzones zijn er een aantal proefprojecten voorzien.

Ter ondersteuning van het beleid moet grondig onderzoek over de huidige financiering van bodemsanering, faillissementen, ambtshalve optreden van de overheid en juridische procedures tot een minimum beperken. Een verdere afstemming van de bestaande wetgeving is voorzien. Een communicatiestrategie moet het draagvlak voor het bodemsaneringsbeleid verbreden. Tot slot draagt de uitbouw van de Milieuvergunningsdatabank in belangrijke mate bij tot de handhaving.
Waterbodemverontreiniging
In overleg met alle waterbeheerders wordt het sectoraal uitvoeringsplan Bagger- en Ruimingspecie afgewerkt. Dit plan ontwikkelt een tienjarenscenario om waterbodems te saneren en vervuilde bagger- en ruimingspecie te verwerken en te bergen. Een kostenraming is daarbij voorzien. Mogelijk komt er een minimale verwerkingsdrempel en een onderzoek naar de behoefte aan nieuwe depots. Onderzoek moet ook uitwijzen hoe de winning en toepassing van secundaire grondstoffen uit bagger- en ruimingspecie kan worden gestimuleerd.

Waterbodemsaneringsplannen worden opgemaakt in functie van de ecologische sanering van waterlopen met een ecologische kwaliteitsbeoordeling 3 of 4 volgens de Triadebenadering (bemonsteringsmethode om systematisch ecologosche kwaliteit van waterbodems weer te geven). Een prioritering in uitvoering van de saneringen wordt voorzien. Ook de historische achterstand inzake onderhoudsruimingen moet weggewerkt worden. Dit zal gebeuren in functie van hydraulische modelleringen en de op te stellen bekkenbeheerplannen en deelbekkenbeheerplannen. De verwerking van de vrijgekomen specie gebeurt volgens het BATNEEC-principe. 

Beleidsonderbouwende initiatieven zijn de onderlinge afstemming van decreten en uitvoeringsbesluiten, de regeling inzake het erkennen van labo’s en onderzoek naar werkbare normen inzake bagger- en ruimingspecie voor hergebruik als bodem. Tot slot is de uitbouw voorzien van de waterbodemdatabank en komen er maatregelen die de sedimenttoevoer in waterlopen beperken.
Bodemaantasting
Een juridisch en beleidskader dient bodems te beschermen tegen aantasting (fysisch, chemisch en biologisch). Het Bodemsaneringsdecreet zal daarom worden uitgebreid met een bodembeschermingsluik. Naast nieuwe instrumenten om bodemaantasting daadwerkelijk te beperken, is ook een mentaliteitswijzing nodig. Die kan er komen door alternatieven aan te bieden en te promoten.
De Vlaamse overheid ontwikkelt daarnaast ook een beleidskader om erosie efficiënt, op verschillende schaalniveaus en met verschillende instrumenten aan te pakken. Enerzijds komen er op perceelsniveau maatregelen op vrijwillige basis in ruil voor financiële stimuli, of worden bepaalde maatregelen verplicht. Anderzijds zal het Vlaamse Gewest de nodige ondersteuning bieden wanneer lokale overheden inrichtingswerken uitvoeren.

 

En verder ...


 

Milieubeleidsplan 2003-2007

frontpagina milieubeleidsplan 2003-2007


ANNE
Automatic Network Noise Environnement

AOT-index
Accumulated Ozone above Treshold

CFK-11 equivalent
meeteenheid waarbij het ozonafbrekend potentieel van een stof (ODP) afgewogen wordt ten opzichte van het ozonafbrekend potentieel van CFK11

CFK's
chloorfluorkoolwater- stoffen,
koolwaterstoffen waarop alle/sommige waterstofatomen vervangen zijn door chloor en/of fluoratomen

HFK's
deelgroep van zachte CFK's die uitsluiten fluor bevatten.

HCFK's
gehydrogeneerde chloorfluorkoolwater- stoffen, zachte CFK's, met o.a. waterstof in de structuurformule.

IVON
Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk

LAeq
A-gewogen equivalent geluidsdruk, energetisch gemiddeld niveau dat rekening houdt met frequentieafhankelijk- heid van de gevoeligheid van het menselijk oor

MKROS
Milieuklachten Registratie en Opvolgingssysteem

NEC-richtlijn

EU-richtlijn over nationale emissiemaxima, met als doel de luchtemissies van verzurende, eutrofiërende en ozonvormende stoffen te beperken

ODP
Ozone Depletion Potential

PM 10/2.5
stofdeeltjes met aerodynamische diameter kleiner dan respectievelijk 10 µm/2.5 µm

SLO
Schriftelijk Leefomgevings- onderzoek

seq

verspreidings- equivalent

VEN
Vlaams Ecologisch Netwerk, categorie van gebieden uit het Natuurdecreet, waarbinnen een specifiek gebiedsgericht natuurbeleid gevoerd wordt

WKK
warmtekracht- koppeling

zeq

zuurequivalent