Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Over onze organisatie  
     
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Beleidsplanning Milieubeleidsplan Milieuthema's Verandering van het klimaat door het broeikaseffect

Verandering van het klimaat door het broeikaseffect

De aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer zorgt voor een natuurlijk broeikaseffect: een gemiddelde temperatuur van 15°C in plaats van –18°C maakt leven op aarde mogelijk. Gedurende de laatste 100 jaar hebben menselijke activiteiten de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhoogd. Het broeikaseffect wordt zo versterkt, met een toename van de gemiddelde aardtemperatuur en een globale klimaatverandering tot gevolg. De belangrijkste broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O), waarbij CO2 meer dan 80% van de broeikasemissies vertegenwoordigt. De verbranding van fossiele brandstoffen en de verwijdering van afval vormen de voornaamste emissiebronnen. Het groeiende verkeer zorgt tegelijkertijd voor een steeds hogere uitstoot van CO2. Verder staan industrie, landbouw en veeteelt in voor een groot gedeelte van de emissies van methaan en lachgas.

De geleidelijke opwarming van de aarde door een versterkt broeikaseffect heeft negatieve effecten op de natuur, de mens, de economie en de maatschappij als geheel. Extreme weercondities (zwaardere stormen, overstromingen, toenemende droogtes) zijn mogelijke gevolgen van de verschuiving van de klimaatzones, net zoals voorspelde veranderingen in de hydrologische cycli in verschillende regio’s. Indien bovendien de klimaatveranderingen zich zo snel voordoen dat de ecosystemen zich onvoldoende kunnen aanpassen, heeft dit negatieve gevolgen voor zowel leefgemeenschappen op het land als in het water.

Directe gezondheidseffecten van klimaatverandering zijn een toename in de sterfte- en ziektepatronen ten gevolge van langere en meer intense hittegolven. Indirect kan klimaatverandering onder meer leiden tot verspreiding van besmettelijke ziekten zoals malaria en gele koorts, door de uitbreiding van het geografische gebied en het seizoen waarbinnen deze voorkomen. Het gemiddelde niveau van de zeespiegel zal stijgen en kleine eilandenstaten en laaggelegen landen bedreigen. De impact op de landbouw (grote verliezen van vruchtbare gronden op zee) en op de watervoorziening leidt tot een verhoogde kwetsbaarheid van bevolkingsgroepen in laaggelegen kustgebieden. De weerslag van klimaatverandering is dan ook ongelijk verdeeld. Ontwikkelingslanden zullen de meeste problemen ondervinden van de negatieve gevolgen van klimaatverandering én hebben minder middelen om die te bestrijden of te voorkomen.

 

Milieubeleidsplan 2003-2007

Langetermijndoelstelling 2020

  • Vlaanderen streeft in 2020 naar een totale reductie van de familie van zes broeikasgassen volgens het protocol van Kyoto van 30%, (1% per jaar) afhankelijk van de feitelijke percentages economische groei en het succes van de reeds genomen klimaatmaatregelen, ten opzichte van 1990
(oorspronkelijk voorstel van de Europese Commissie betreffende de Europese strategie Duurzame Ontwikkeling)
 

 

Tussentijdse doelstelling

  • 7,5% emissiereductie voor de familie van zes broeikasgassen over de periode 2008-2012 ten opzichte van 1990
(Belgische emissiereductiedoelstelling volgens de Europese lastenverdeling in navolging van het protocol van Kyoto)
 

 

Plandoelstellingen

Plandoelstelling Indicator
Stabiliseren van de broeikasgasemissies in 2005 t.o.v. 1990
(Beslissing van de Vlaamse regering van 21 april 2001)
Emissies van CO2, CH4, N2O en gefluoreerde broeikasgassen
Bereiken van 2% groene stroom in de distributieleveringen van elektriciteit tegen 2004 en 6% tegen 2010, met een maximale invulling van het haalbaar potentieel aan hernieuwbare warmte (Elektriciteitsdecreet en Vlaams Klimaatbeleidsplan) Aandeel groene stroom in de totale leveringen van elektriciteit (op basis van het aantal uitgereikte groenestroomcertificaten)
Tegen 2012 het economisch potentieel aan kwalitatieve WKK realiseren (1830 MW)
(Elektriciteitsdecreet en Vlaams Klimaatbeleidsplan)
Geïnstalleerd WKK-vermogen (op basis van het aantal uitgereikte WKK - certificaten)

Richtinggevende doelstellingen (komen overeen met beoogde effecten) voor een aantal sectoren Indicator
Beperken van de stijging van de CO2- emissies van de huishoudens over de periode 1990-2005 tot 8%
(Vlaams Klimaatbeleidsplan)
CO2-emissies in de residentiële sector
Tegen 2005 een energiebesparing van 15% realiseren in de glastuinbouw t.o.v. 1990
(Vlaams klimaatbeleidsplan)
CO2-emissies in de glastuinbouwsector
Tegen 2004 het energieverbruik in de honderd meest energie-intensieve gebouwen van de Vlaamse overheid met gemiddeld 10% verminderen t.o.v. 1999-2000 (Resolutie van het Vlaams parlement van 23/05/01) Gemiddeld energieverbruik (op basis van de resultaten van de energieboekhouding in de betrokken gebouwen)
Beperking van de stijging van de CO2-emissies in de tertiaire sector in 2005 met 5% ten opzichte van de verwachte emissies (‘business as usual’ komt in 2005 overeen met een uitstoot van 8126 kton CO2)
(Vlaams Klimaatbeleidsplan)
 CO2-emissies in de tertiaire sector
Tegen 2010 de uitstoot van CO2 door verkeer ten opzichte van het referentiejaar 1990 stabiliseren (ontwerp Mobiliteitsplan en Vlaams Klimaatbeleidsplan CO2-emissies door sector verkeer
 

 

 

 

Maatregelen en projecten

 

De aanpak van het klimaatdossier concentreert zich in Vlaanderen op drie pijlers: strategische onderbouwing van het klimaatbeleid, het vastleggen van een sectorale aanpak en de inzet van flexibiliteitsmechanismen.

 
Vlaams klimaatbeleid strategisch onderbouwen
Een project moet de beleidsmakers van het domein leefmilieu op twee vlakken aansporen: het maximaal gebruik van eigen instrumenten en maatregelen om de emissietrend van broeikasgassen om te buigen én het stimuleren van ambitieuze engagementen en acties vanuit andere klimaatrelevante beleidsdomeinen. Een belangrijke taak is daarbij een doorgedreven afstemming tussen de verschillende klimaatrelevante beleidsdomeinen, gezien (bijna) alle bevoegdheidsdomeinen bij de aanpak van dit milieuprobleem betrokken zijn. De Taskforce Klimaatbeleid Vlaanderen, een bevoegdheidsoverschrijdend overlegplatform, speelt hierbij een essentiële rol. Maar om het klimaatbeleid te onderbouwen en de effectiviteit ervan te beoordelen, zijn nog andere taken noodzakelijk. Zo moet de Taskforce een uniforme en optimale emissie-inventaris maken. Deze moet de basis vormen van een “officieel en pragmatisch” referentiescenario, op basis waarvan bijkomende maatregelen en sectorale doelstellingen worden doorgerekend. Tot slot moet de Taskforce er ook voor zorgen dat de Vlaamse inventarisatie en rapportering tegen eind 2007 voldoet aan alle internationale vereisten en richtlijnen.

Sectorale doelstellingen vastleggen en uitvoeren
Bij het klimaatdossier zijn er zoveel maatschappelijke sectoren betrokken, dat het erg belangrijk is dat ze allen hun verantwoordelijkheden kennen. Het Vlaams Klimaatbeleidsplan stelt daarom een aantal sectorale acties voorop. Het verminderen van een aantal specifieke industriële emissies is vanuit de leefmilieubevoegdheid alvast een prioriteit. Concreet gaat het daarbij om salpeterzuur- en caprolactamproductie (belangrijkste bron van lachgasemissies), gefluoreerde broeikasgassen (vermijden van lekverliezen bij koelinstallaties en gebruik van milieuvriendelijke alternatieven), CO2-emissies ten gevolge van niet-energetisch verbruik en tot slot ook afspraken met de aardgasdistributiesector (vermijden van lekverliezen van CH4-emissies).

In de landbouwsector zal de glastuinbouw een investeringssteun van 40% krijgen voor de overschakeling van mazout op aardgas, de aanleg van nieuwe verwarmingsinstallaties, warmtebuffers en energieschermen. De landbouw- en veeteeltsector heeft eveneens een groot aandeel in de uitstoot van methaan. De emissiereducerende maatregelen om dit te verminderen situeren zich op het vlak van dierlijke productie (volumebeleid), mestverwerking en een gewijzigde plantaardige productie (doorzaaitechniek). Een code van goede Landbouwpraktijken zal concrete aanbevelingen bevatten om de landbouwers aan te zetten tot klimaatvriendelijke praktijken.
Een beleidskader voor flexibele mechanismen uitwerken
Als een ambitieuze inzet van gewestelijke en nationale maatregelen ontoereikend blijkt te zijn, kan Vlaanderen zijn reductietekorten invullen door gebruik te maken van een aantal internationale economische instrumenten. Het protocol van Kyoto definieert als eerste instrument de internationale emissiehandel tussen landen. De Europese Unie heeft in 2003 dit systeem uitgebreid naar handel in emissierechten tussen individuele bedrijven. Andere zogenaamde flexibiliteitsmechanismen zijn projectgebonden. Via het 'mechanisme van Gemeenschappelijke Uitvoering' (Joint Implementation) kunnen landen emissiereductie-eenheden verkrijgen door het uitvoeren van emissiereductieprojecten in transitielanden, zoals Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Polen. Bij het 'mechanisme voor Schone Ontwikkeling' (Clean Development Mechanism) kan een land gecertificeerde emissiekredieten verwerven uit klimaatrelevante, emissiereducerende projecten in ontwikkelingslanden, gekaderd in de algemene strategie van duurzame ontwikkeling.

 

En verder ...


 

 

Milieubeleidsplan 2003-2007

frontpagina milieubeleidsplan 2003-2007


ANNE
Automatic Network Noise Environnement

AOT-index
Accumulated Ozone above Treshold

CFK-11 equivalent
meeteenheid waarbij het ozonafbrekend potentieel van een stof (ODP) afgewogen wordt ten opzichte van het ozonafbrekend potentieel van CFK11

CFK's
chloorfluorkoolwater- stoffen,
koolwaterstoffen waarop alle/sommige waterstofatomen vervangen zijn door chloor en/of fluoratomen

HFK's
deelgroep van zachte CFK's die uitsluiten fluor bevatten.

HCFK's
gehydrogeneerde chloorfluorkoolwater- stoffen, zachte CFK's, met o.a. waterstof in de structuurformule.

IVON
Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk

LAeq
A-gewogen equivalent geluidsdruk, energetisch gemiddeld niveau dat rekening houdt met frequentieafhankelijk- heid van de gevoeligheid van het menselijk oor

MKROS
Milieuklachten Registratie en Opvolgingssysteem

NEC-richtlijn

EU-richtlijn over nationale emissiemaxima, met als doel de luchtemissies van verzurende, eutrofiërende en ozonvormende stoffen te beperken

ODP
Ozone Depletion Potential

PM 10/2.5
stofdeeltjes met aerodynamische diameter kleiner dan respectievelijk 10 µm/2.5 µm

SLO
Schriftelijk Leefomgevings- onderzoek

seq

verspreidings- equivalent

VEN
Vlaams Ecologisch Netwerk, categorie van gebieden uit het Natuurdecreet, waarbinnen een specifiek gebiedsgericht natuurbeleid gevoerd wordt

WKK
warmtekracht- koppeling

zeq

zuurequivalent