|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verandering van het klimaat door het broeikaseffect
De aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer zorgt voor een natuurlijk broeikaseffect: een gemiddelde temperatuur van 15°C in plaats van –18°C maakt leven op aarde mogelijk. Gedurende de laatste 100 jaar hebben menselijke activiteiten de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhoogd. Het broeikaseffect wordt zo versterkt, met een toename van de gemiddelde aardtemperatuur en een globale klimaatverandering tot gevolg. De belangrijkste broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O), waarbij CO2 meer dan 80% van de broeikasemissies vertegenwoordigt. De verbranding van fossiele brandstoffen en de verwijdering van afval vormen de voornaamste emissiebronnen. Het groeiende verkeer zorgt tegelijkertijd voor een steeds hogere uitstoot van CO2. Verder staan industrie, landbouw en veeteelt in voor een groot gedeelte van de emissies van methaan en lachgas.
Milieubeleidsplan 2003-2007Langetermijndoelstelling 2020
(oorspronkelijk voorstel van de Europese Commissie betreffende de Europese strategie Duurzame Ontwikkeling)
Tussentijdse doelstelling
(Belgische emissiereductiedoelstelling volgens de Europese lastenverdeling in navolging van het protocol van Kyoto)
Plandoelstellingen
Maatregelen en projectenDe aanpak van het klimaatdossier concentreert zich in Vlaanderen op drie pijlers: strategische onderbouwing van het klimaatbeleid, het vastleggen van een sectorale aanpak en de inzet van flexibiliteitsmechanismen. Vlaams klimaatbeleid strategisch onderbouwen Een project moet de beleidsmakers van het domein leefmilieu op twee vlakken aansporen: het maximaal gebruik van eigen instrumenten en maatregelen om de emissietrend van broeikasgassen om te buigen én het stimuleren van ambitieuze engagementen en acties vanuit andere klimaatrelevante beleidsdomeinen. Een belangrijke taak is daarbij een doorgedreven afstemming tussen de verschillende klimaatrelevante beleidsdomeinen, gezien (bijna) alle bevoegdheidsdomeinen bij de aanpak van dit milieuprobleem betrokken zijn. De Taskforce Klimaatbeleid Vlaanderen, een bevoegdheidsoverschrijdend overlegplatform, speelt hierbij een essentiële rol. Maar om het klimaatbeleid te onderbouwen en de effectiviteit ervan te beoordelen, zijn nog andere taken noodzakelijk. Zo moet de Taskforce een uniforme en optimale emissie-inventaris maken. Deze moet de basis vormen van een “officieel en pragmatisch” referentiescenario, op basis waarvan bijkomende maatregelen en sectorale doelstellingen worden doorgerekend. Tot slot moet de Taskforce er ook voor zorgen dat de Vlaamse inventarisatie en rapportering tegen eind 2007 voldoet aan alle internationale vereisten en richtlijnen. Sectorale doelstellingen vastleggen en uitvoeren Bij het klimaatdossier zijn er zoveel maatschappelijke sectoren betrokken, dat het erg belangrijk is dat ze allen hun verantwoordelijkheden kennen. Het Vlaams Klimaatbeleidsplan stelt daarom een aantal sectorale acties voorop. Het verminderen van een aantal specifieke industriële emissies is vanuit de leefmilieubevoegdheid alvast een prioriteit. Concreet gaat het daarbij om salpeterzuur- en caprolactamproductie (belangrijkste bron van lachgasemissies), gefluoreerde broeikasgassen (vermijden van lekverliezen bij koelinstallaties en gebruik van milieuvriendelijke alternatieven), CO2-emissies ten gevolge van niet-energetisch verbruik en tot slot ook afspraken met de aardgasdistributiesector (vermijden van lekverliezen van CH4-emissies). In de landbouwsector zal de glastuinbouw een investeringssteun van 40% krijgen voor de overschakeling van mazout op aardgas, de aanleg van nieuwe verwarmingsinstallaties, warmtebuffers en energieschermen. De landbouw- en veeteeltsector heeft eveneens een groot aandeel in de uitstoot van methaan. De emissiereducerende maatregelen om dit te verminderen situeren zich op het vlak van dierlijke productie (volumebeleid), mestverwerking en een gewijzigde plantaardige productie (doorzaaitechniek). Een code van goede Landbouwpraktijken zal concrete aanbevelingen bevatten om de landbouwers aan te zetten tot klimaatvriendelijke praktijken. Een beleidskader voor flexibele mechanismen uitwerken Als een ambitieuze inzet van gewestelijke en nationale maatregelen ontoereikend blijkt te zijn, kan Vlaanderen zijn reductietekorten invullen door gebruik te maken van een aantal internationale economische instrumenten. Het protocol van Kyoto definieert als eerste instrument de internationale emissiehandel tussen landen. De Europese Unie heeft in 2003 dit systeem uitgebreid naar handel in emissierechten tussen individuele bedrijven. Andere zogenaamde flexibiliteitsmechanismen zijn projectgebonden. Via het 'mechanisme van Gemeenschappelijke Uitvoering' (Joint Implementation) kunnen landen emissiereductie-eenheden verkrijgen door het uitvoeren van emissiereductieprojecten in transitielanden, zoals Tsjechië, Bulgarije, Roemenië en Polen. Bij het 'mechanisme voor Schone Ontwikkeling' (Clean Development Mechanism) kan een land gecertificeerde emissiekredieten verwerven uit klimaatrelevante, emissiereducerende projecten in ontwikkelingslanden, gekaderd in de algemene strategie van duurzame ontwikkeling.
En verder ...
|
Milieubeleidsplan 2003-2007![]()
ANNE
Automatic Network Noise Environnement AOT-index Accumulated Ozone above Treshold CFK-11 equivalent meeteenheid waarbij het ozonafbrekend potentieel van een stof (ODP) afgewogen wordt ten opzichte van het ozonafbrekend potentieel van CFK11 CFK's chloorfluorkoolwater- stoffen, koolwaterstoffen waarop alle/sommige waterstofatomen vervangen zijn door chloor en/of fluoratomen HFK's deelgroep van zachte CFK's die uitsluiten fluor bevatten. HCFK's gehydrogeneerde chloorfluorkoolwater- stoffen, zachte CFK's, met o.a. waterstof in de structuurformule. IVON Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk LAeq A-gewogen equivalent geluidsdruk, energetisch gemiddeld niveau dat rekening houdt met frequentieafhankelijk- heid van de gevoeligheid van het menselijk oor MKROS Milieuklachten Registratie en Opvolgingssysteem NEC-richtlijn EU-richtlijn over nationale emissiemaxima, met als doel de luchtemissies van verzurende, eutrofiërende en ozonvormende stoffen te beperken ODP Ozone Depletion Potential PM 10/2.5 stofdeeltjes met aerodynamische diameter kleiner dan respectievelijk 10 µm/2.5 µm SLO Schriftelijk Leefomgevings- onderzoek seq verspreidings- equivalent VEN Vlaams Ecologisch Netwerk, categorie van gebieden uit het Natuurdecreet, waarbinnen een specifiek gebiedsgericht natuurbeleid gevoerd wordt WKK warmtekracht- koppeling zeq zuurequivalent |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||