|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verontreiniging van oppervlaktewater
Wanneer de kwaliteit van het oppervlaktewater erop achteruit gaat, is dat vooral het gevolg van lozingen of verliezen van verontreinigende stoffen door de huishoudens, de landbouw en de industrie. Maar de kwaliteit van het oppervlaktewater wordt ook beïnvloed door hydromorfologische (bijvoorbeeld meandering, natuurlijke structuurvariatie van de oevers) en biologische (bijvoorbeeld vissen, macrofyten) kwaliteitselementen. Zuurstofbindende stoffen, die tijdens hun biologische afbraak zuurstof onttrekken aan het water, blijven de belangrijkste oorzaak van de verontreiniging van het oppervlaktewater. Emissies van stikstof en fosfor vormen een tweede belangrijk probleem. Zij kunnen eutrofiëring veroorzaken, wat uiteindelijk tot een zuurstoftekort leidt, met mogelijke vissterfte tot gevolg. Ook zorgt stikstof voor nitraatverontreinging van het grond- en oppervlaktewater, wat de productie van het drinkwater bemoeilijkt. In het thema "Vermesting" wordt gedetailleerd ingegaan op deze nutriëntenproblematiek. Het derde belangrijke probleem vormen de zware metalen en de organische microverontreinigingen (o.a. bestrijdingsmiddelen), die het biologisch evenwicht in de waterloop kunnen verstoren. Voor dit laatste aspect verwijzen we naar het thema "Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen". Milieubeleidsplan 2003-2007LangetermijndoelstellingPlandoelstellingen
Maatregelen en projectenZuiveringsgraad huishoudelijk afvalwater verhogen
De indeling in waterzuiveringszones wordt verfijnd, waarbij er meer aandacht wordt besteed aan de buitengebieden. De nieuwe indeling in maximaal vijf zones maakt het mogelijk zogenaamde overgangsgebieden preciezer te karakteriseren. Dit zijn de gebieden tussen enerzijds stedelijk aangesloten of aan te sluiten gebieden, waar aansluiting op rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) de beste optie is, en anderzijds de duidelijk verspreide bebouwing in het landelijk gebied, waar individuele zuiveringsinstallaties (IBA) of kleinere waterzuiveringsintallaties (KWZI) aangewezen zijn. Een definitieve kaart met de zones wordt opgemaakt in overleg met de gemeenten. Het Vlaamse Gewest wil de riolerings- en zuiveringsgraad ook sneller opvoeren met behulp van investeringsprogramma’s voor de bovengemeentelijke infrastructuur. Met Aquafin zal het over een sluitende resultaatsverbintenis onderhandelen om de vooropgestelde resultaten te halen. Hiertoe komt er volwaardige controle van de besteding van de overheidsgelden en worden resultaatgebonden vergoedingsmechanismen ingevoerd.De subsidiëringsprogramma’s voor de aanleg van gemeentelijke rioleringen garanderen dat de uitgevoerde projecten voldoen aan de krachtlijnen van een geïntegreerd rioleringsbeleid. Hogere subsidies voor hun rioleringen en KWZI’s moeten de gemeenten stimuleren om hun rioleringsnet verder uit te bouwen en te renoveren. Veldcontroles en verdergaande inventarisering zullen een betere kwaliteit van alle gemeentelijke rioleringsprojecten bewaken. Daartoe moeten ook overzichten op straatniveau en een verfijnde inventarisering van de waterzuiveringsinfrastructuur op het openbaar domein bijdragen. Via de milieudatabank kunnen alle betrokkenen over deze gegevens beschikken. De verdergaande ecologische controle van de gemeenten past in de ontwikkeling van een ecologisch evaluatiesysteem per zuiveringsgebied. In dat verband zal een rapport de investeringen van de verschillende actoren op niveau van het zuiveringsgebied op hun effectiviteit beoordelen. Om het gebrek aan controle op de individuele burger aan te pakken, is het nodig dat een inventaris wordt opgemaakt van de huidige lozingstoestand van gebouwen en woningen. Deze is essentieel voor de controle op de aansluiting op riolering, de verplichting inzake het bouwen en onderhoud van IBA’s, de vrijstelling van heffingen voor gezinnen met een IBA, de controle op de jaarlijkse ruiming van putten en de controle op de afsluiting van septische putten in gebieden waar de riolering is aangesloten op een centrale zuivering. Voor de zogenaamde kleinverbruikers – in hoofdzaak de gezinnen, de kleine bedrijven en de dienstensector – moet een grotere differentiatie in de heffingen een gedragsverandering teweeg brengen. De inning van deze heffingen zal trouwens efficiënter gestructureerd worden. Industrieel afvalwater zuiveren
In de adviesverlening voor de milieuvergunningen zal nagegaan worden of de vergunde vracht verenigbaar is met de draagkracht van de waterloop en met het desbetreffende stroomgebied- of bekkenbeheerplan. Er wordt tevens getoetst of de vergunde vracht in een realistische verhouding staat tot de effectief geloosde en betaalde vracht. De vergunningen moeten ook aangepast worden aan de technologische evoluties en de Europese verplichtingen. Rechtszekerheid krijgt daarbij de nodige aandacht. Ook voorwaarden inzake afkoppeling en nuttig gebruik van hemelwater en, waar mogelijk, hergebruik van behandeld afvalwater zullen opgelegd worden. Op basis van de best beschikbare technieken en de beschikbare meetgegevens herziet de overheid ook de sectorale normen. Maatregelen voor crisissituaties, zoals de plaatsing van bufferbekkens, zullen deel uitmaken van de vergunning. Om aan de richtlijn Stedelijk Afvalwater te voldoen, wordt de capaciteit en de effectiviteit van de RWZI'’s verhoogd. Bedrijven die aan bepaalde criteria (bv. nadelige invloed op de exploitatie van een RWZI, overschrijding van de forfaitair vastgestelde drempelvrachten) voldoen, komen in aanmerking voor afkoppeling van de riolering en zelfzuivering van hun bedrijfsafvalwater. Als afvalwaters van bedrijven een gunstige invloed hebben op de werking van de RWZI’s, blijven of worden ze er mogelijk op aangesloten. Een opvolgingscommissie staat in voor de uitvoering van het beleid door de vergunningen per zuiveringsgebied systematisch te herzien. Voor grootverbruikers zal het onderscheid tussen financierende en regulerende heffingen duidelijker worden. De huidige omzettingscoëfficiënten uit de heffingsformule krijgen een bijsturing. Controle op de vergunningen blijft essentieel, maar overleg met de industrie kan ook resulteren in afspraken zoals milieubeheersovereenkomsten en convenants. Diffuse lozingen aanpakken
Om diffuse verontreiniging op een gecoördineerde manier aan te pakken moeten de diffuse emissiebronnen per bekken binnen Vlaanderen en per stroomgebied geïnventariseerd en gekwantificeerd worden. Modellen en methodes moeten de diffuse verliezen naar het oppervlaktewater berekenen, bijvoorbeeld ingevolge het gebruik van bestrijdingsmiddelen of corrosie van drinkwaterleidingen. Om diffuse lozingen aan te pakken komt er overleg met de doelgroepen en met de federale overheid, omdat die bevoegd is voor het productbeleid. Sensibiliseringsacties, o.m. gericht op huishoudens, scheepvaart en openbare diensten moeten het gebruik van milieuvriendelijke alternatieven stimuleren voor insecticiden, antifoulings en herbiciden. Beleid ondersteunen
Tegen eind 2006 zou een volledige inventaris ter beschikking moeten zijn van de emissies afkomstig van huishoudens, industrie, landbouw en diffuse bronnen. Waterkwaliteitsmodellen voor de elf deelstroomgebieden zullen de basis vormen voor de nodige (bijkomende) maatregelen om een goede toestand te bereiken. Als basis voor een immissiegericht emissiebeleid en voor rapporteringen en inventarisaties wordt een geïntegreerde kennisdatabank van goede kwaliteit uitgebouwd. Alle resultaten van het meetnet oppervlaktewater en afvalwater, de gegevens betreffende de rioleringen en de waterzuiveringsinfrastructuur en de relevante gegevens over bedrijven en diffuse bronnen worden opgeslagen in een centrale milieudatabank.
En verder ...
|
Milieubeleidsplan 2003-2007![]()
ANNE
Automatic Network Noise Environnement AOT-index Accumulated Ozone above Treshold CFK-11 equivalent meeteenheid waarbij het ozonafbrekend potentieel van een stof (ODP) afgewogen wordt ten opzichte van het ozonafbrekend potentieel van CFK11 CFK's chloorfluorkoolwater- stoffen, koolwaterstoffen waarop alle/sommige waterstofatomen vervangen zijn door chloor en/of fluoratomen HFK's deelgroep van zachte CFK's die uitsluiten fluor bevatten. HCFK's gehydrogeneerde chloorfluorkoolwater- stoffen, zachte CFK's, met o.a. waterstof in de structuurformule. IVON Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk LAeq A-gewogen equivalent geluidsdruk, energetisch gemiddeld niveau dat rekening houdt met frequentieafhankelijk- heid van de gevoeligheid van het menselijk oor MKROS Milieuklachten Registratie en Opvolgingssysteem NEC-richtlijn EU-richtlijn over nationale emissiemaxima, met als doel de luchtemissies van verzurende, eutrofiërende en ozonvormende stoffen te beperken ODP Ozone Depletion Potential PM 10/2.5 stofdeeltjes met aerodynamische diameter kleiner dan respectievelijk 10 µm/2.5 µm SLO Schriftelijk Leefomgevings- onderzoek seq verspreidings- equivalent VEN Vlaams Ecologisch Netwerk, categorie van gebieden uit het Natuurdecreet, waarbinnen een specifiek gebiedsgericht natuurbeleid gevoerd wordt WKK warmtekracht- koppeling zeq zuurequivalent |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||