Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Over onze organisatie  
     
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Beleidsplanning Milieubeleidsplan Milieuthema's Vermesting

Vermesting

Met vermesting bedoelt men een verhoogde aanrijking van de bodem, en via de bodem ook van het oppervlaktewater, het grondwater en de lucht met de plantenvoedende stoffen (ook nutriënten genoemd of, in het water, eutrofiërende stoffen) stikstof (N), fosfor (P) en in mindere mate kalium (K). Als gevolg daarvan worden bijna overal in Vlaanderen ecologische processen en natuurlijke kringlopen verstoord. De oorzaak ligt ten dele in het verleden, maar er zijn ook belangrijke hedendaagse ontwikkelingen zoals de intensieve landbouw, industrialisatie en verstedelijking.

Als milieuprobleem is vermesting rechtstreeks verbonden met de landbouwsector, en meer specifiek de glas- en tuinbouw en niet-grondgebonden veehouderij. Maar ook de industrie en de huishoudens zijn vervuilers. Hun aandeel in dit milieuprobleem wordt behandeld in andere thema’s, waarmee vermesting een sterk verband heeft (zoals 'Verontreiniging van het oppervlaktewater', 'Verzuring', 'Verlies aan biodiversiteit', 'Verdroging', 'Verontreiniging door fotochemische stoffen, 'Verontreiniging door afvalstoffen' en 'Verstoring door geur' en gezien het nauwe verband met de landbouwsector ook met de delen 'Geïntegreerd overheidsbeleid' en 'Actoren').

In Vlaanderen regelde vooral het Mestdecreet het vermestingbeleid. Europa wil met de Nitraatrichtlijn het water beschermen tegen verontreiniging door de landbouwsector. Deze bevat normeringen, en bepalingen over hoe deze sector met dierlijke mest moet omspringen in kwetsbare gebieden. De Europese Commissie is in juni 2003 gestart met een procedure bij het Europees Gerechtshof tegen België (Vlaanderen en Wallonië) wegens het niet correct omzetten van de Nitraatrichtlijn. De niet-correcte afbakening van de kwetsbare zones was het hoofdargument.

Milieubeleidsplan 2003-2007

Langetermijndoelstellingen (2030)

  • Voorkomen van eutrofiëring in oppervlakte- en grondwater door in heel Vlaanderen de richtwaarde voor het gehalte orthofosfaat in grondwater (0,17 mg P/l), de norm voor het gehalte orthofosfaat in oppervlaktewater (0,3 mg P/l) en de richtwaarde voor nitraat (5,6 mg N/l = 25 mg nitraat/l in oppervlakte- en grondwater) te halen. Gebiedsgericht is er geen achteruitgang van de kwaliteit in vergelijking met 1992
  • Voor het compartiment bodem wordt gestreefd naar een overschot op de bodembalans van 35 kg N/ha

Plandoelstellingen

Plandoelstelling Indicator
De totale NH3-emissie verminderen tot maximum 45 kton tegen 2010
Er wordt gestreefd naar een verdere reductie tot 40,7 kton
Emissie van NH3
Voldoen aan (*) de grenswaarde van 10 mg N/l (nitraat en nitriet) en geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm van 50 mg/l in oppervlaktewater (11,3 mg N/l)
(*)10% van de metingen in een oppervlaktewater in één kalenderjaar mogen de grenswaarde overschrijden
Percentage meetplaatsen van het MAP-meetnet oppervlaktewater en oppervlaktemeetnet met overschrijding van de nitraatnorm van 50 mg/l, (11,3 mg N/l) en percentage van metingen van het oppervlaktewatermeetnet met een overschrijding van 10 mgN/l
Geen overschrijdingen meer van de maximale nitraatnorm van 50 mg/l in 2007 in grondwater Percentage meetplaatsen van het MAP-grondwatermeetnet met overschrijding van de nitraatnorm van 50 mg/l
Overschot op de bodembalans is maximaal 70 kg N/ha in 2007 Overschot op de stikstofbalans (bodembalans)
In 2007 voldoet 40 % van de meetplaatsen van het oppervlaktemeetnet aan de basiskwaliteit voor orthofosfaat (0,3 mg P/l) Percentage meetplaatsen van het oppervlaktemeetnet dat voldoet aan de basiskwaliteit voor orthofosfaat.
n 2007 wordt maximaal 55 miljoen kg P2O5 uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwgrond opgebracht Op landbouwgrond opgebrachte dierlijke mest (dierlijke productie verminderd met mestverwerking en export)

Maatregelen en projecten


Mestoverschot verwerken
Om het mestoverschot weg te werken zal ten eerste geprobeerd worden de dierlijke productie met 25% te verminderen. Om dat te bereiken is het nodig het Stopzettingsdecreet uit te voeren, gecombineerd met een natuurlijke afvloei en een strikt vergunningenbeleid. Het Stopzettingsdecreet voorziet in een financiële tegemoetkoming voor bedrijven die stoppen met het houden van bepaalde diersoorten. Voor de bedrijven in de veeteelt die niet stoppen, geldt tot eind 2006 een tijdelijke productiebeperking en voor de eerstvolgende jaren een strikt vergunningenbeleid. De Vergunningendatabank is een belangrijk instrument om dit proces te beheersen.

Niet alle mestoverschotten kunnen in Vlaanderen afgezet worden. Mestverwerkingsinstallaties moeten voldoen aan bepaalde normen. De eindproducten ervan moeten voldoen aan de eisen van het betrokken land of regio’s indien ze geëxporteerd worden. Als de landbouwsector er niet in slaagt de doelstellingen van het MAP te behalen, zal het beleid erop gericht zijn het volume te verminderen. Ook voor de verwerking geldt het principe van de vervuiler betaalt: de overheid komt niet tussen in de financiering of bouw van de installaties.

Het Mestdecreet bevat trouwens ook verschillende soorten heffingen, waaronder duidelijk regulerende superheffingen, en geldboeten voor wie zich niet aan de verplichte mestverwerking houdt. Een goed georganiseerde en versterkte handhaving van de geldende regels moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van de uitvoering van het mestbeleid verhoogt en gunstige milieuresultaten gegarandeerd zijn.

Nutriëntenbalansen voor het bedrijf, voor de bodem en voor het dier (zie hoger kader Mestdecreet) moeten de landbouwers zelf aanzetten tot wijzigingen in hun manier van werken, en zo het verschil tussen invoer en uitvoer in de balansen zo klein mogelijk maken. Voor de tuinbouw, met zijn grote verscheidenheid aan teelten en technieken, moeten er meer op maat gesneden maatregelen komen om het meststoffengebruik te verminderen.

Bemestingsvoorwaarden meer gebiedsgericht maken
Om de natuurgebieden te beschermen moet de overheid dringend de gebiedsgerichte maatregelen uit het Mestdecreet volledig toepassen en eventueel bijkomende maatregelen nemen. Uitgangspunten daarbij zijn een gebiedsgerichte invulling (i.p.v. versnippering via aanpak op niveau van percelen), de vaststelling van natuurnormen voor lange termijn (ecologische normstelling) en afstandsregels. Ook de Europese Commissie vraagt een wetenschappelijk verantwoorde afbakening van kwetsbare gebieden (Nitraatrichtlijn).

Het MAP-grondwatermeetnet zal ook opgevolgd worden voor het gehalte orthofosfaat. Indien bij de analyses van grondwater een betekenisvolle overschrijding van de fosfaatnormen wordt vastgesteld, volgen in de eerste helft van deze planperiode de nodige stappen om een aangepast gebiedsgericht beleid, o.m. in fosfaatrisicogebieden, uit te werken en doelstellingen vast te leggen.

Beleid ondersteunen
Het is de bedoeling een Vlaamse Landbouwdatabank uit te bouwen, gekoppeld met de Milieudatabank. Zowel de Mestbank als het departement Landbouw zullen daarvoor de gegevens aanleveren. De meetnetten voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater worden uitgebouwd. Bovendien kan verder wetenschappelijk onderzoek en praktijkonderzoek meer inzicht geven over welke milieubelasting nog aanvaardbaar is voor verschillende ecosystemen.

Landbouwers voor mestproblematiek gevoelig maken
Sensibilisering van de landbouwers aangaande hun invloed op de kwaliteit van het oppervlakte en grondwater is vereist. Dat geldt trouwens ook in de fosfaatverzadigde gebieden en de fosfaatrisicogebieden. Vergoedingen zijn voorzien voor landbouwers die bepaalde inspanningen leveren in kwetsbare gebieden en in gebieden met specifieke beperkingen op milieugebied.

En verder ...


 

Milieubeleidsplan 2003-2007

frontpagina milieubeleidsplan 2003-2007


ANNE
Automatic Network Noise Environnement

AOT-index
Accumulated Ozone above Treshold

CFK-11 equivalent
meeteenheid waarbij het ozonafbrekend potentieel van een stof (ODP) afgewogen wordt ten opzichte van het ozonafbrekend potentieel van CFK11

CFK's
chloorfluorkoolwater- stoffen,
koolwaterstoffen waarop alle/sommige waterstofatomen vervangen zijn door chloor en/of fluoratomen

HFK's
deelgroep van zachte CFK's die uitsluiten fluor bevatten.

HCFK's
gehydrogeneerde chloorfluorkoolwater- stoffen, zachte CFK's, met o.a. waterstof in de structuurformule.

IVON
Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk

LAeq
A-gewogen equivalent geluidsdruk, energetisch gemiddeld niveau dat rekening houdt met frequentieafhankelijk- heid van de gevoeligheid van het menselijk oor

MKROS
Milieuklachten Registratie en Opvolgingssysteem

NEC-richtlijn

EU-richtlijn over nationale emissiemaxima, met als doel de luchtemissies van verzurende, eutrofiërende en ozonvormende stoffen te beperken

ODP
Ozone Depletion Potential

PM 10/2.5
stofdeeltjes met aerodynamische diameter kleiner dan respectievelijk 10 µm/2.5 µm

SLO
Schriftelijk Leefomgevings- onderzoek

seq

verspreidings- equivalent

VEN
Vlaams Ecologisch Netwerk, categorie van gebieden uit het Natuurdecreet, waarbinnen een specifiek gebiedsgericht natuurbeleid gevoerd wordt

WKK
warmtekracht- koppeling

zeq

zuurequivalent