Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Over onze organisatie  
     
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Beleidsplanning Milieubeleidsplan Milieuthema's Verdroging

Verdroging

  Zie ook verstoring van watersystemen
oppervlaktewater
    Integraal waterbeleid
     

Verdroging is de verstoring van de waterinhoud en –cyclus van grondwaterlagen, waterlopenstelsel en van de bodem door menselijke beïnvloeding. Water in grondwaterlagen staat immers in verbinding met water in de bodem en in het waterlopenstelsel. Daarom is de uitputting van grondwaterlagen niet los te koppelen van standplaatsverdroging: de afname van oppervlaktewater en ondiep grondwater dat rechtstreeks ter beschikking is van planten en dieren. De gevolgen van menselijke ingrepen beperken zich niet tot het uitdrogen van de bodem. In het verleden werden waterlopen rechtgetrokken en uitgediept, werden landbouwgronden gedraineerd en nam de verharding van de bodem toe. Hierdoor wordt regenwater versneld afgevoerd en treedt minder infiltratie op. Dit veroorzaakt lokale overstromingen en dalende grondwatertafels.

Wegens de samenhang tussen deze processen moet het waterbeheer gebaseerd zijn op de natuurlijke werking van het watersysteem. Dit is ook het uitgangspunt van de Europese kaderrichtlijn Water. Het decreet betreffende het Integraal Waterbeleid levert de juridische basis voor het Vlaamse waterbeleid.


Milieubeleidsplan 2003-2007

Langetermijndoelstellingen (2015)

  • Het zoveel mogelijk behouden en herstellen (tot op nader te bepalen of van toepassing zijnde referentieniveaus) van de natuurlijke werking van watersystemen en van de hydromorfologische strucctuur (met uitzondering van kunstmatige waterlichamen) en de goede kwantitatieve toestand van oppervlaktewaterlichamen
  • Bereiken van een gewenste grondwaterstand en een evenwicht tussen onttrekkingen (inbegrepen de natuurlijke afvoer) en aanvulling van grondwater in elk grondwaterlichaam, die voldoen aan de door de Vlaamse regering vastgestelde milieukwantiteitsnormen voor het betreffende grondwaterlichaam

Plandoelstellingen

Plandoelstelling Indicator
Natuurlijke werking en hydromorfologische structuur van watersystemen
 
Verbeteren van de structuurkwaliteit van de waterlopen (verhogen van het percentage waardevolle trajecten, verminderen van de slechte) Percentage van de klassen voor structuurkenmerken per waterlooptype
(methode van de UIA-studie uit 1995, aangepast aan de vereisten van de KRLW)
Bijkomend beschermen van 200 ha oeverzones waarvan minstens 50% wordt gerealiseerd door verwerving Oppervlakte oeverzones via aankoop en beheersovereenkomsten
Watervoorraden
 
Het waterpeil in de watervoerende lagen blijft minstens status-quo Wordt voor alle watervoerende lagen ontwikkeld op basis van de stijghoogte (waterpeil) in de peilputten
Duurzaam watergebruik*
 
Afname van drinkwatergebruik bij de bevolking tot 215 miljoen m³ (ca. 98 liter per persoon per dag) Leidingwatergebruik
Stijging van het hemelwatergebruik bij de bevolking tot 30 miljoen m³ Hemelwatergebruik
Afname van het industrieel watergebruik exclusief koelwater tot 430 miljoen m³ Industrieel watergebruik
Afname van het totaal watergebruik voor de landbouw (varkens-, rundvee-, pluimvee- en glastuinbouwsector) tot 43 miljoen m³ Watergebruik in de varkens-, rundvee-, pluimvee- en glastuinbouwsector

*De doelstellingen in verband met duurzaam watergebruik zijn gebaseerd op een studie afgerond in februari 2002 rond het huidig en toekomstig watergebruik in industrie, landbouw en huishoudens. Een samenvatting is gepubliceerd onder de titel: Watergebruik in Vlaanderen – een blik op de toekomst – in de reeks Water. Elke druppel telt. Deel 4

Maatregelen en projecten

In de planperiode worden de inspanningen gebundeld rond drie onderwerpen: de structuur van de waterlopen, de watervoorraden en het watergebruik.

Natuurlijke structuur van watersystemen verbeteren
Maximaal wordt gestreefd naar een geïntegreerd herstel van de watersystemen door projecten voor oeverzones, hermeandering, ecologische inrichting van overstromingsgebieden en het wegwerken van vismigratieknelpunten gezamenlijk aan te pakken. De betrokkenen worden ten volle betrokken bij deze beleidskeuzes. Deze projecten worden degelijk wetenschappelijk onderbouwd met modelleringen en ecosysteemvisies.

Voor het herstellen van de natuurlijke structuur zijn oeverzones en de mogelijkheid tot meandering erg belangrijk. Zo vervullen de oeverzones een belangrijke multifunctionele rol: ze versterken de structuurkwaliteit, verbeteren de waterkwaliteit, zorgen voor een herstel van de biodiversiteit, verminderen de erosie en zijn nuttig voor het recreatief medegebruik.
Hermeanderingsprojecten zijn zowel belangrijk om de waterafvoer te vertragen als om ecologie te verbeteren. Op plaatsen waar voldoende ruimte is voor de natuurlijke ontwikkeling van watersystemen komen er hermeanderingsprojecten, elders wordt geopteerd voor Natuurtechnische milieubouw (NTMB). Bij de NTMB gaat meer aandacht naar spontane ontwikkeling, naar variatie bij uitvoering en naar een betere aanpassing aan de natuurlijke omgeving.

Overstromingen zijn grotendeels te wijten aan een versnelde afvoer en aan het gebrek aan ruimte voor water. Daarom wordt bovenstrooms maximaal naar retentie gestreefd en als dit niet haalbaar is naar lokale berging. Ook het herstel van de natuurlijke bergingsmogelijkheden van valleigebieden is nodig om overstromingen op ongewenste plaatsen te voorkomen. Afhankelijk van de waterkwaliteit kunnen deze overstromingsgebieden niet alleen een bergingsfunctie maar ook andere functies hebben, zoals landbouw, natuur, bos en recreatie.

De afbakening van de overstromingsgebieden gebeurt in de bekkenbeheerplannen. Voor de oeverzones kan dit in de bekken- of deelbekkenbeheerplannen gebeuren. Grondruil, Grondenbank, vrijwillige aankoop of onteigening zijn de instrumenten om deze gebieden te verwerven waar dat noodzakelijk is.
Onderhoud (zoals o.a. slib- en kruidruiming) en beheer van de waterlopen zullen zich richten naar het behoud en herstel van de natuurlijke structuur van waterlopen en hun oeverbegroeiingen.

Heel wat van deze maatregelen zullen vanuit de bekken- en deelbekkenbeheerplannen doorwerken naar waterbeheerprojecten, die lokale waterbeheerders mee zullen uitvoeren. Het Vlaamse Gewest kan de gemeenten, provincies, polders en wateringen de nodige technische steun geven en kan subsidies voorzien.

Watervoorraden beschermen en herstellen
Om in 2015 een goede grondwatertoestand te bereiken is een evenwicht tussen onttrekking en aanvulling van grondwater vereist. In deze optiek zal eerst een visie uitgewerkt worden over de ontwikkelingen voor de watervoerende lagen, met keuzemogelijkheden en beleidsdoelstellingen. Om de watervoerende lagen te beschermen en herstellen worden drie pistes gevolgd.
Een eerste is erop gericht herstelprogramma’s uit te werken voor watervoerende lagen die bedreigd en verontreinigd zijn, rekening houdend met de visie voor deze lagen en de mogelijkheden voor alternatieve watervoorziening. De Paleozoïsche sokkel en de duinen hebben hierbij prioriteit.
De Vlaamse overheid zal daarnaast het vergunningenbeleid en eventueel ook het heffingenbeleid sturend inzetten. Vergunningen moeten verleend worden vanuit een visie gericht op duurzaam watergebruik, met oog voor het beschikbare aanbod aan water en voor een differentiatie in functie van de vereiste waterkwaliteit.
De derde piste is de aanpak van het illegaal oppompen van grond- en oppervlaktewater. Hier spelen controle, handhaving en erkenning van boorfirma’s een belangrijke rol.

Er is ook aandacht voor de infiltratie van neerslag in de bodem. Klein- en grootschalige infiltratieprojecten moeten toelaten dat de waterlagen sneller worden aangevuld. Dergelijke projecten moeten met de nodige zorg worden uitgevoerd. Daarom worden er concrete richtlijnen uitgewerkt.

Duurzaam watergebruik stimuleren
Om een goede grondwatertoestand te kunnen bereiken is ook een duurzaam watergebruik belangrijk. Het waterprijsbeleid is één van de middelen om de gebruikers tot een efficiënt watergebruik te bewegen. Hiervoor is eerst een analyse van het watergebruik nodig, en het ontwikkelen van een visie over hoe men het aanbod en de vraag op mekaar moet afstemmen. Milieu, volksgezondheid, sociale en economische aspecten mogen daarbij niet uit het oog verloren worden. Regulerende instrumenten zoals heffingen en subsidies zullen worden doorgelicht.

Duurzaam watergebruik betekent ook dat water van hoogwaardige kwaliteit enkel gebruikt wordt waar nodig, en in de andere gevallen tweedecircuitwater, zoals regenwater, oppervlaktewater of gezuiverd afvalwater, wordt aangewend. Hierover komen er proefprojecten. Waar mogelijk zal de overheid de uitbouw van een leidingennet hiervoor ondersteunen.
De Vlaamse overheid wil zelf een voorbeeldrol spelen inzake duurzaam watergebruik. Interne milieuzorg moet het watergebruik per ambtenaar doen dalen. Allerlei initiatieven moeten ook bedrijven, landbouw, drinkwatermaatschappijen en huishoudens aanmoedigen om tot een rationeel en duurzaam watergebruik te komen. Communicatie en sensibilisatie spelen daarbij een belangrijke rol.

 

En verder ...

 

 

Milieubeleidsplan 2003-2007

frontpagina milieubeleidsplan 2003-2007


ANNE
Automatic Network Noise Environnement

AOT-index
Accumulated Ozone above Treshold

CFK-11 equivalent
meeteenheid waarbij het ozonafbrekend potentieel van een stof (ODP) afgewogen wordt ten opzichte van het ozonafbrekend potentieel van CFK11

CFK's
chloorfluorkoolwater- stoffen,
koolwaterstoffen waarop alle/sommige waterstofatomen vervangen zijn door chloor en/of fluoratomen

HFK's
deelgroep van zachte CFK's die uitsluiten fluor bevatten.

HCFK's
gehydrogeneerde chloorfluorkoolwater- stoffen, zachte CFK's, met o.a. waterstof in de structuurformule.

IVON
Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk

LAeq
A-gewogen equivalent geluidsdruk, energetisch gemiddeld niveau dat rekening houdt met frequentieafhankelijk- heid van de gevoeligheid van het menselijk oor

MKROS
Milieuklachten Registratie en Opvolgingssysteem

NEC-richtlijn

EU-richtlijn over nationale emissiemaxima, met als doel de luchtemissies van verzurende, eutrofiërende en ozonvormende stoffen te beperken

ODP
Ozone Depletion Potential

PM 10/2.5
stofdeeltjes met aerodynamische diameter kleiner dan respectievelijk 10 µm/2.5 µm

SLO
Schriftelijk Leefomgevings- onderzoek

seq

verspreidings- equivalent

VEN
Vlaams Ecologisch Netwerk, categorie van gebieden uit het Natuurdecreet, waarbinnen een specifiek gebiedsgericht natuurbeleid gevoerd wordt

WKK
warmtekracht- koppeling

zeq

zuurequivalent