Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Over onze organisatie  
     
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
U bent hier: www.lne.be Thema's Beleid Beleidsplanning Milieubeleidsplanning - nieuwsflits 2009

Milieubeleidsplanning - Nieuwsflits juni 2009

gmo_banner

 

Bijdrage aan de nieuwe regering van het beleidsdomein LNE

 

1. Uitdagingen

Context

Het toekomstpact voor Vlaanderen gaat er vanuit dat Vlaanderen tegen 2020 ook op ecologisch vlak tot de allerbeste Europese regio’s zal behoren. Een aantal pistes hiervoor worden op grote lijnen in het Pact 2020 geschetst. Het volledige pallet aan uitdagingen in het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) is echter omvattender. Het wordt bepaald door internationale verdragen, een uitgebreide Europese en Vlaamse regelgeving en een reeks eerder uitgewerkte doelstellingen en actieplannen.

Voor het gevoerde beleid en de bestaande ambities verwijst de bijdrage naar het Vlaamse Milieubeleidsplan (2003-2010) en naar andere plannen, zoals het Vlaamse Klimaatplan. Ze vult de bestaande ambities aan met uitdagingen voor de komende regeerperiode om zo  o.m. de brug te maken tussen het geldende milieubeleidsplan en het MINA-plan 4, dat door de volgende regering moet worden opgesteld. Een uitgebreide analyse van het doelbereik van het MINA-plan 3+ ligt dan ook aan de basis van een groot deel van de opgenomen voorstellen. De voorstellen worden aangevuld met een luik over energie, dat sinds Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) ook tot het beleidsdomein behoort. Omdat er nogal wat relaties zijn tussen energie en milieu, bv. in de klimaatproblematiek, kon dit probleemloos worden aangeknoopt.

Acht grote uitdagingen

De bijdrage formuleert acht grote uitdagingen, die op lange termijn richtinggevend zijn voor het beleidsdomein. Op een termijn van één generatie zouden ze gehaald moeten worden. Om een houvast te bieden voor de komende regeerperiode worden ze geconcretiseerd door een aantal doelstellingen voor 2015 en de geformuleerde voorstellen. Als bijlage worden tevens 45 vernieuwende pakketten van realiseerbare voornemens met een grote maatschappelijke relevantie uitgewerkt. Alle concretiseringen kunnen tegelijk ook als invulling dienen voor het ‘operationeel plan (2009)’, waarvan sprake in het Pact 2020.

Samengevat komt het erop neer dat de kwaliteit van de leefomgeving wordt verhoogd, dat de biodiversiteit wordt bewaard en dat de risico’s worden beheerst. Om dit te bereiken, wordt gemikt op een meer milieuverantwoorde productie en consumptie, op een energiezuinige samenleving met oog voor hernieuwbare bronnen en op meer maatschappelijke zorg voor het leefmilieu. Vlaanderen moet daarbij op alle fronten de vergelijking kunnen doorstaan met andere Europese regio’s en tegelijk ook de milieu-impact op andere landen beperken.

Een aantal kernbegrippen geeft hieraan meer invulling. Er is de ambitie om het aantal “verloren gezonde levensjaren” te verminderen, er wordt gewerkt aan de levenskwaliteit met oog voor lokale milieuproblemen/risico’s en voor kwetsbare groepen. Een geleidelijke vermindering van de ecologische voetafdruk wordt nagestreefd en er worden stappen gezet naar een ‘kringloop’-economie met een zo laag mogelijk grondstof-, energie-, materiaal- en ruimtegebruik. Eco-efficiëntie en ontkoppeling van milieudruk en economie zijn hierbij het middel. De waarde van de ecosysteemdiensten wordt weerspiegeld in het beleid. Bij dit alles zijn belangrijke kwantitatieve Europese doelstellingen m.b.t. lucht, water, klimaat, energie en natuur doorvertaald naar Vlaanderen. Zij leggen in vele gevallen een ambitieuze lat op de korte termijn. De bijdrage focust zich hierop zonder de intern Vlaamse problematiek en de lange termijn uit het oog te verliezen.

Ook op bestuurlijk vlak zijn er een aantal uitdagingen, die gelden voor elk beleidsdomein. Het beleidsdomein LNE neemt zich voor transparant te zijn, op milieu- en energievlak het goede voorbeeld te geven, samen te werken met het oog op integratie en zich in te schuiven in internationale actie. Dit alles wenst ze te realiseren op een bedachtzame en doeltreffende wijze.   

 

2. Voorstellen m.b.t. inhoudelijke thema’s

Duurzame productie en consumptie

Een geïntegreerde benadering, afgestemd op het actieplan van de Europese Commissie, moet het pad effenen naar een duurzame productie en consumptie. Voor het terugdringen van de ecologische voetafdruk wordt vooral gemikt op voeding, huisvesting en mobiliteit, samen goed voor 65% van de Belgische voetafdruk. Het aanbod (en de verkoop) van milieuvriendelijke producten en diensten moet stijgen. Het werk geleverd in de ‘transitiearena’s’ rond ‘duurzaam materialenbeheer’ en ‘duurzaam wonen en bouwen’ wordt verder uitgebouwd.

Klimaat

Vlaanderen zal haar Kyotodoelstelling voor klimaat realiseren zoals vooropgesteld in het Vlaamse Klimaatplan. De lange termijn klimaatuitdaging vraagt om een andere benadering. Om de Vlaamse 2020-doelstellingen op een efficiënte manier te realiseren, zal de Vlaamse Regering de huidige coördinatiemechanismen bijsturen met het oog op een responsabilisering van alle betrokken beleidsdomeinen en ministers. Hierbij hoort een globaal, stabiel financieringssysteem. Tegen 2012 werkt de Vlaamse Regering ook een adaptatieplan uit met een concrete aanpak voor de betrokken maatschappelijke sectoren en met een toewijzing van verantwoordelijkheden aan de betrokken beleidsdomeinen.

Energie

De Vlaamse Regering zal een duurzaam energiebeleid voeren waarbij het economische en sociale belang van energie worden verzoend met de eindigheid van de fossiele brandstoffen en de draagkracht van alle milieucompartimenten. Het Energierenovatieprogramma wordt uitgevoerd zodat 50% van de doelstelling bereikt wordt eind 2014. De komende jaren zal de Vlaamse overheid in uitvoering van het EU energie- en klimaatpakket werken aan een actieplan zodat het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het energieverbruik significant toeneemt. De Vlaamse overheid zal ook initiatieven nemen om de net- en meetinfrastructuur te verbeteren. De bestaande en nieuwe netten worden op een efficiënte wijze uitgebouwd en beheerd en het net wordt ‘slim’.

Lucht

In functie van de kwaliteit van de lucht moet een reductieprogramma ervoor zorgen dat ook de emissieplafonds voor 2020 uit de nieuwe NEC-richtlijn gehaald kunnen worden. Voor verkeer wordt ingezet op economische instrumenten. De Vlaamse Regering maakt werk van de hervorming van de verkeersbelastingen op basis van de ecoscore van het voertuig en van de invoering van een slimme kilometerheffing voor vrachtwagens en personenwagens. Voor de lokale knelpunten rond luchtkwaliteit in bv. stedelijke centra en nabij drukke verkeersassen wordt een extra maatregelenpakket uitgewerkt. In functie van een wat langere termijn wordt de transitie naar een meer milieuvriendelijke mobiliteit in gang gezet, waarbij Vlaanderen zich inschakelt in de zoektocht naar nieuwe vervoerssystemen, waaronder elektrisch aangedreven voertuigen.

Water

De Vlaamse Regering zal in uitvoering van de kaderrichtlijn Water en het decreet Integraal waterbeleid tegen eind 2009 de stroomgebiedbeheerplannen en de maatregelenprogramma's vaststellen. Bij de uitvoering gaat specifieke aandacht naar het watersysteem in beschermde gebieden (natuur, drinkwater, zwemwater). Vlaanderen blijft verder investeren in de optimalisatie en renovatie van de (boven)gemeentelijke saneringsinfrastructuur en de verdere aansluiting van inwoners op zuiveringsinstallaties. Tegen 2010 werkt de Vlaamse overheid een waterprijsbeleid uit dat gericht is op een redelijke bijdrage per doelgroep in de terugwinning van de kosten. De Vlaamse overheid zal er ook zorg voor blijven dragen dat de draagkracht van het watersysteem niet overschreden wordt.

Afvalstoffen en materialenbeheer

Grondstoffen en materialen blijven schaars en kostbaar voor Vlaanderen. Een uitgekiend afvalstoffenbeleid en de verruiming naar materialenbeleid kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het invullen van onze behoeften op een duurzame wijze. Het sluiten van materiaalkringlopen en het gebruik van afvalstoffen als waardevolle grondstoffen voor onze economie worden de speerpunten voor het materialenbeleid. In functie daarvan maakt de Vlaamse overheid bv. een programma op om te komen tot een ketenbeheeraanpak (zoals ‘cradle to cradle’).

Bodem en natuurlijke rijkdommen

Open ruimte is een schaars en kostbaar goed in Vlaanderen. Een actief bodembeleid, waarin de nieuwe instrumenten van het bodemdecreet optimaal worden toegepast, levert hierin een belangrijke bijdrage. Voor bodemsanering ligt een focus op de aanpak van ernstig verontreinigde brownfields. De Vlaamse overheid zal onder meer een programma uitwerken ter ondersteuning van brownfieldherontwikkeling door lokale overheden. De kost voor bodemsanering blijft hoog. De Vlaamse overheid gaat op zoek naar alternatieve financiering. Instrumenten, onder meer voorzien in het nieuwe bodemdecreet, worden uitgewerkt en er wordt financiering voor gezocht.

In lijn met de kaderrichtlijn Bodembescherming, richt de Vlaamse overheid zich op specifieke bedreigingen voor de bodemkwaliteit in de bebouwde omgeving met een focus op bodemafdichting en grondverschuivingen. Voor erosie ligt de uitdaging bij de uitvoering van maatregelen door lokale besturen en landbouwers. In de regeerperiode dient de opmaak van bijzondere oppervlaktedelfstoffenplannen te worden versneld. Tegen het einde van deze periode moet een geactualiseerd Algemeen oppervlaktedelfstoffenplan goedgekeurd zijn.

Biodiversiteit

Voor het behoud van de biodiversiteit staan de instandhoudingsdoelstellingen centraal. Voor het behalen van deze doelstellingen in Speciale Beschermingszones zal het bestaand instrumentarium voor de inrichting van gebieden worden geoptimaliseerd. De belangrijkste randvoorwaarde hierbij is een goede lokale milieukwaliteit. Dit vereist een geïntegreerde aanpak. Om meer en betere natuur te krijgen is er nood aan een samenhangend en robuust netwerk van natuur- en bosgebieden. Via specifieke partnerschappen wordt de participatie van andere sectoren in het beheer vergroot. NGO’s, private eigenaars en lokale overheden zullen ondersteund worden met aandacht voor de verschillende functies van die natuur voor eigenaar en maatschappij. De uitwerking van het concept ‘Ecosysteemdiensten’ moet helpen om de waarde van de natuur te weerspiegelen in het beleid.

Mest

In het kader van Europese richtlijnen zullen de huidige instrumenten om de mestproductie en het mestgebruik onder controle te houden van belang blijven. Het generieke beleid zal voor bv. risicogebieden voor oppervlaktewater/grondwater aangevuld worden met een meer gebiedsgericht beleid. Mestverwerking en export van dierlijke mest zijn een essentiële schakel in het Vlaamse mestbeleid. Strategielijnen voor mestverwerking dienen bij te dragen tot een duurzame landbouw.

Lokale leefkwaliteit

Het verbeteren van de lokale leefkwaliteit (hinder, gezondheid, risico’s) is een belangrijke nieuwe doelstelling uit deze bijdrage. Voor het geluidsbeleid ligt de nadruk op het uitvoeren van de Europese richtlijn Omgevingslawaai. Er wordt ingezet op een daling van de globale geluidsblootstelling; voor de “zwarte punten” inzake geluidsbelasting worden specifieke oplossingen uitgewerkt. Hierbij vormt de stedelijke context een bijzonder aandachtspunt. Naast het buitenmilieu zal de Vlaamse overheid ook maatregelen nemen om de kwaliteit van het binnenhuismilieu te verbeteren. Een beleidsnota wordt opgesteld voor het omgaan met (onzekere) risico’s op het vlak van milieu en gezondheid en de milieubelasting en risico’s worden gebiedsspecifiek verder in kaart gebracht.

 

3.Voorstellen voor een goed bestuur

Voorbeeldfunctie overheid

Naast het onder controle krijgen van de eigen milieudruk, zal de Vlaamse overheid nog meer aandacht hebben voor de voorbeeldfunctie van de overheid en voor mogelijkheden om als grote speler de markt in een milieugunstige zin te beïnvloeden. De huidige, themagebonden actieplannen, die aflopen in 2010, worden vervangen door een meer geïntegreerd actieplan dat werk maakt van een CO2-neutrale overheid.

Doelgroepen

Er zal ingespeeld worden op de aanbeveling van de OESO om partnerschappen tussen gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties ambitieuzer, kosteneffectiever en transparanter te maken. Bestaande partnerschappen binnen het doelgroepenbeleid worden verder geoptimaliseerd. Daarnaast zal de Vlaamse overheid nieuwe initiatieven nemen om moeilijk bereikbare of minder georganiseerde doelgroepen, zoals de consumenten, bij het milieu- en natuurbeleid te betrekken.

Beleidsvoorbereiding

In de beleidsvoorbereiding blijft een goede afstemming tussen het Milieubeleidsplan en andere plannen de grote uitdaging. Eind 2010 zal de Vlaamse Regering een nieuw MINA-plan vaststellen dat op een overlegde wijze tot stand is gekomen. In de voorbereiding is afstemming met de plannen voor mobiliteit en ruimtelijke ordening een opportuniteit. De goedkeuring kan een eerste stap zijn bij het vastleggen van concrete leefmilieudoelstellingen voor een volgende generatie en van het traject er naartoe.

Beleidsonderbouwing

Op gebied van beleidsonderbouwing bestaat de uitdaging erin te komen tot een meer gedragen strategisch onderzoeksprogramma. Nieuwe onderzoeksnoden dienen zich aan: o.a. milieueconomische modellering, schadebeheersing, aanpassing aan klimaatsverandering, ecosysteemdiensten, convergerende technologieën, innovatie, gedrag en perceptie, beleidsevaluatie, bodembescherming en risico’s. De milieu- en natuurrapportering zal zijn beleidsonderbouwend karakter nog versterken door de verdere ontwikkeling van beleidsevaluaties en toekomstverkenningen in functie van een langetermijnvisie.

Milieu-instrumentarium

Het milieu-instrumentarium is erg breed. Er wordt verder gewerkt met juridische instrumenten, maar de aandacht voor sociale en economische instrumenten vergroot. Een modern handhavingsbeleid wordt verder uitgebouwd. Er zal in de komende regeerperiode specifiek worden gewerkt aan de evaluatie en opvolging van het gebruik van instrumenten en instrumentmixen. Aandachtspunten hierbij zijn het gebiedsgerichte aspect van instrumenten en de doel- en resultaatgerichtheid. Voor subsidies binnen en buiten het eigen beleidsdomein bv. wordt gezocht naar een effectievere en efficiëntere steunverlening bij het stimuleren van milieuvriendelijk gedrag én naar een bijsturing van steunverlening met negatieve milieueffecten. Een afzonderlijke uitdaging vormt de Europese REACH-verordening.

Lokale overheden

De capaciteit van lokale milieudiensten en –raden wordt verder uitgebouwd. De administratieve belasting wordt minimaal gehouden en de lokale overheden worden eenduidig benaderd. De door de Vlaamse overheid aangeboden inhoudelijke ondersteuning wordt verder afgestemd op de noden van de gemeenten. Dit alles in aanvulling op en ter ondersteuning van de Samenwerkingsovereenkomst.

Internationaal milieubeleid

De opvolging en aansturing van het internationale milieubeleid wordt bij voorrang gericht op voor Vlaanderen belangrijke thema’s en processen. Een Vlaamse inhoudelijke en geografische visie moet dit ondersteunen. Daarnaast wordt de internationale milieusamenwerking met het buitenland versterkt door het opzetten van een structureel kader. Een afgewogen deelname aan Europese/internationale projecten en fondsen wordt hierbij in het vooruitzicht gesteld. Het Belgische Voorzitterschap van de EU in de tweede helft van 2010 zal het Vlaamse milieubeleid op alle niveaus beïnvloeden.

Financiering

Een langetermijnvisie op de financiering van het milieubeleid moet ertoe bijdragen dat alle betrokken spelers zicht krijgen op de omvang en het ritme van de overheidsinvesteringen in bodemsanering, waterzuivering, hernieuwbare energie etc. Tegelijk wordt gewerkt aan het optimaal inzetten van alternatieve financieringstechnieken. Hierbij slaan de publieke en private sector de handen in elkaar en wordt optimaal gebruik gemaakt van Europese fondsen.

Gebiedsgerichte processen

Gebiedsgerichte processen krijgen een vernieuwde aanpak. Een beleidsdomeinoverschrijdend overleg wordt opgericht en bespreekt een programma waarin gebiedsgerichte plannen en projecten zijn opgelijst, prioriteiten worden gesteld en afstemming wordt voorzien. Doel is telkens het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Het programma bevat projecten op het platteland, in natuurgebieden en in randstedelijke en stedelijke gebieden. Tegelijk wordt het inrichtingsinstrumentarium geactualiseerd en worden de beheersoverkomsten projectmatig ingezet, in het bijzonder voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen.

Samenwerking met andere beleidsdomeinen

De samenwerking met andere beleidsdomeinen wordt verstevigd aan de hand van projecten voor samenwerking. Nu al worden aparte voorstellen naar voor geschoven voor landbouw, economie en de federale overheid. In samenwerking met economie bv. wordt ingezet op een groene economische groei en welvaart. Zeker bij economische recessie is er een uitgelezen mogelijkheid voor de overheid om de groene economie aan te zwengelen en een duurzame groei te promoten.

 

 
toncontract