MI heeft al enkele jaren de missie, visie en waarden van haar organisatie en haar medewerkers duidelijk vastgelegd. De verdere optimalisatie van de structuur en de werking van MI worden daardoor gestuurd.
Er werd vertrokken van de bestaansreden van MI: het toetsen en bevorderen van de kwaliteit van het milieuhygiënebeleid en de uitvoering ervan, teneinde de milieukwaliteit te behouden en daar waar nodig te verbeteren en zo nodig hinder, schade en zware ongevallen te voorkomen.
De missie (waar staan we nu?) is een verdere uitdieping van die bestaansreden: wij als afdeling Milieu-inspectie toetsen en bevorderen de kwaliteit van het milieuhygiënebeleid en de uitvoering ervan teneinde de milieukwaliteit te behouden en daar waar nodig te verbeteren en zo nodig hinder, schade en zware ongevallen te voorkomen. Wij doen dit door:
- toezicht te houden;
- ambtshalve controles uit te voeren;
- opsporingen te doen;
- maatregelen te nemen;
- de handhaving van het milieuhygiënebeleid uit te dragen naar gemeenten, provincies en andere handhavingsactoren;
- bij te dragen tot beleidsformulering en beleidsevaluatie door terugkoppeling van onze ervaringen vanuit het veld;
- een actieve inzet in het Europees IMPEL-milieuhandhavingsnetwerk.
Om aan te geven hoe de medewerkers zich willen gedragen, werden volgende waarden vastgelegd.
Wij willen loyale, ondernemende en tevreden medewerkers zijn die:
- dicht staan bij de klant en duidelijk maken wat ze doen;
- vlot inzetbaar en aanspreekbaar zijn;
- snel, dynamisch en realistisch op uitdagingen ingaan;
- resultaatgericht en geïntegreerd samenwerken;
- door hun visie, creativiteit en deskundigheid een stap voor blijven;
- steeds willen verbeteren en houden van hun job;
- een gezonde ecologische reflex hebben;
- een correcte handhavingsreflex vertonen.
De visie geeft aan welke organisatie MI wil zijn: de afdeling Milieu-inspectie wordt dé organisatie die instaat voor een doelmatig, deskundig, uniform, integraal en sturend handhavingsbeleid van de milieuhygiënewetgeving.
Om van de huidige toestand (missie) naar de gewenste situatie (visie) te komen, zijn een aantal strategische acties nodig.
MI heeft de volgende kritische succesfactoren geïdentificeerd om die overgang succesvol te laten verlopen.
De bestaansreden van MI is het toetsen en bevorderen van de kwaliteit van het milieuhygiënebeleid en de uitvoering ervan, teneinde de milieukwaliteit te behouden en daar waar nodig te verbeteren en zo nodig hinder, schade en zware ongevallen te voorkomen
Een bedrijfscultuur van voortdurende verbetering creëren waarin iedereen:
- achter de visie, missie en waarden staat en ze ook uitdraagt;
- samenwerkt en aantoont dat onze organisatie meer is dan de som van de samenstellende delen;
- samenwerkt met alle actoren op internationaal, Europees, federaal, gewestelijk en lokaal vlak;
- de integratie van het milieu en de coherentie van de milieuzorg in de andere beleidssectoren nastreeft;
- zich gewaardeerd voelt en initiatieven neemt;
- beschikt over de juiste en relevante informatie;
- zich permanent en doelgericht bijschoolt;
- de middelen doelmatig inzet;
- de regelgeving op een correcte wijze uitvoert.
De handhaving als onontbeerlijke schakel in de reguleringsketen moet voldoende sterk zijn.
Daarom moet:
- een eenvormige en geïntegreerde milieuhygiënewetgeving met goede technische normen voorhanden zijn;
- de vergunningverlener de regelgeving correct en volledig implementeren met als resultaat hanteerbare en inzichtelijke vergunningen;
- de complementariteit tussen de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving worden gerealiseerd;
- met het opstellen en de implementatie van een handhavingsstrategie worden gestart.
Wat de handhaving zelf betreft, moet:
- de maatschappelijke en politieke legitimatie voldoende groot zijn;
- binnen de administratie, handhaving naast en niet onder beleidsvoorbereiding en/of -uitvoering staan;
- de slagkracht, autonomie en onafhankelijkheid van MI in het algemeen en de toezichthoudend ambtenaar in het bijzonder worden gevrijwaard.
De strategische doelstellingen (op lange termijn) van MI zijn als volgt omschreven:
- inspecteren;
- maatregelen nemen;
- beleidsuitvoering;
- beleidsformulering en beleidsevaluatie;
- actieve inzet in het Europees IMPEL-handhavingsnetwerk;
- permanente vorming.
Op basis van die strategische doelstellingen en de jaarlijkse doelstellingen van het departement worden elk jaar operationele doelstellingen (op korte termijn) opgesteld voor de hele afdeling. Die worden op hun beurt in cascade doorvertaald naar persoonlijke doelstellingen die worden opgenomen in een persoonlijk planningsdocument voor alle personeelsleden.
Om al die doelstellingen te realiseren geeft MI uitvoering aan zes directe processen. Het omvangrijkste proces is het sleutelproces ‘Inspecteren en maatregelen nemen’. Het is onderverdeeld in zeven deelprocessen. Dat proces werd volledig in kaart gebracht en voorzien van een procedurehandboek.
Lijst van de directe processen
| P01 |
Inspecteren en maatregelen nemen |
| - P01.1 |
- Dossiervoorbereiding |
| - P01.2 |
- Verplaatsing + vaststellingen op het terrein |
| - P01.3 |
- Inspectieverslag + beoordeling vaststellingen |
| - P01.4 |
- Verslaggeving aan Openbaar Ministerie |
| - P01.5 |
- Maatregelen nemen overeenkomstig het MI-instrumentarium |
| - P01.6 |
- Rapportering (intern/extern) |
| - P01.7 |
- Dossieropvolgingssysteem |
| P02 |
Milieu-inspectieprogramma (MIP) |
| P03 |
Opdrachten aan externe deskundigen |
| P04 |
Beleidsformulering en -evaluatie |
| P05 |
Uitdragen handhaving milieuhygiënewetgeving naar gemeenten, provincies en andere handhavingsactoren |
| P06 |
Intra-, inter- en supragewestelijke samenwerking met andere (milieu)actoren |
In de loop van 2007 werden strategische, operationele en personeelsplannen uitgewerkt voor de afdeling.
Die zullen in de toekomst de structuur en de werking van MI sturen.
top