Sla navigatie over
Departement Leefmilieu, Natuur en Energie
home LNE | home MOS | contact | milieueducatie.lne.be
  Onderwijsniveau  
     
  MOS-werking  
     
  MOS-extra  
     

Maatregel 28

Een warmtepomp installeren

ecos

Wat moet je weten?

Een warmtepomp onttrekt warmte aan een warmtebron (water, grond, lucht) op een bepaalde temperatuur en geeft die warmte op een hogere temperatuur af aan het verwarmingssysteem (klasverwarming, sanitair warm water). De warmtepomp pompt dus warmte van een laag naar een hoog temperatuursniveau. Om warmte aan de omgeving te kunnen onttrekken en in het klaslokaal of kantoor te kunnen afgeven, maakt de warmtepomp gebruik van een speciale vloeistof die warmte kan transporteren. De belangrijkste eigenschap van dit soort vloeistof is dat ze al op lage temperatuur verdampt en weer vloeibaar wordt. Deze vloeistof zorgt voor het warmtetransport tussen de warmtebron en het verwarmingssysteem. Indien een geschikte bron aanwezig is (bijv. een vlot bereikbare watervoerende laag in de bodem), kan een waterpomp een energiezuinig alternatief zijn voor een klassiek verwarmingsinstallatie.

Omkeerbare warmtepompen gaan nog een stukje verder. In de winterperiode wordt grondwater uit een waterlaag opgepompt. Dit grondwater heeft van nature een temperatuur van circa 12 graden C. Via een warmtewisselaar in een warmtepomp wordt warmte aan het grondwater onttrokken. Het afgekoelde grondwater, dat nu ongeveer 4 graden kouder is, wordt op een andere plaats in een aquifer (een watervoerende grondlaag) geïnfiltreerd: hierdoor ontstaat een koudeopslag.
In de zomerperiode wordt dit koude grondwater opgepompt en door de warmtewisselaar van de warmtepomp geleid. Het gebouw wordt gekoeld door warmte af te staan aan dit grondwater uit de koudeopslag. Daardoor wordt dit grondwater opgewarmd tot ongeveer 12 graden C en weer teruggevoerd naar de aquifer die als warmteopslag fungeert.

Hoe ga je praktisch te werk?

Het plaatsen van een warmtepomp is werk voor de vakman. Je laat deze maatregel dan ook het best uitvoeren in overleg met, en in aanwezigheid van een bevoegde technicus. 


Beschikbare gegevens i.v.m besparingspotentieel van deze maatregel:

Een warmtepomp heeft elektriciteit of gas nodig voor het verdampings- en condensatieproces, maar dit is minder dan de heoveelheid energie die een gasgestookte HR-ketel gebruikt.

Het rendement van een warmtepomp wordt uitgedrukt in een getal, de Coëfficiënt Of Performance, ook wel COP genoemd. Dit getal geeft de verhouding aan tussen de hoeveelheid energie die de warmtepomp nodig heeft voor verdampen en condenseren en de hoeveelheid warmte die de warmtepomp afgeeft. Een COP van 1 betekent dat de warmtepomp net zo veel energie gebruikt als dat hij aan warmte weer afgeeft. De huidige elektrische warmtepompen hebben een COP tussen 3 en 5. Een COP van 3 betekent een rendement van 300%.

Elektriciteit wordt opgewekt uit onder andere kolen en gas. Hierbij gaat 60% energie verloren. Een elektrische warmtepomp moet dus een COP hebben van minimaal 2,5 (2,5 maal 40 %) om energie te besparen in vergelijking met een gasgestookte HR-ketel met een rendement van 100%.

De gasgestookte warmtepomp heeft een rendement 120-140 %. Dat is vergelijkbaar met een elektrische warmtepomp met een COP van 3 tot 3,5. En dat is weer 11 tot 31% hoger dan de beste HR-ketels, die een rendement van 109% halen. (Bron: Milieucentraal.nl). Een HR-ketel betekent op zijn beurt een besparing van 20 a 30% tov een conventionele ketel (zie maatregel 31).

themabundel energie

energiecheck op school (inloggen)
  Meetinstrument

Surf naar ... 

vea - energiesparen

milieukoopwijzer : verlichting

nme-inventaris

 

 

afb150px