Samenvatting studie ‘Milieudienst – Statuut en Personeel’
Uitgevoerd door Arcadis en KUL HIVA
In opdracht van Departement LNE/AMIS/CAPLO
Uitvoeringstermijn 2009-2010
Samenvatting
In opdracht van het departement LNE van de Vlaamse overheid (dienst CAPLO) werd door het studiebureau Arcadis en het HIVA van de KUL een studie uitgevoerd die een inschatting trachtte te maken van de werklast die overeenkomt met het takenpakket van de milieudienst van gemeenten. Hiertoe werd onderzocht welke taken de milieudienst heeft en hoe de werklast ervan geobjectiveerd kon worden door deze te relateren met bepaalde kenmerken van gemeenten of omgevingsfactoren.
Doelstellingen van de studie
Deze studie beoogt zicht te krijgen op de volgende onderzoeksvragen:
1. Hoe kan een objectieve beoordeling gemaakt worden van de taaklast van een gemeentelijke milieudienst? Daarbij moet duidelijk zijn wat de taken van de gemeentelijke dienst zijn en hoe deze taken kunnen worden geobjectiveerd of zelfs gekwantificeerd.
2. Hoe kunnen deze taken in verhouding gebracht worden tot een specifieke individuele gemeente? Welke kenmerken van gemeenten, omgevingsfactoren e.d. spelen hierbij een rol en moeten in rekening worden gebracht bij de beoordeling van de organisatie van de milieudienst? Op deze manier moet het mogelijk zijn om een instrument op te stellen dat toelaat om de werklast van de milieudienst in de specifieke gemeentelijke context in te schatten.
3. Kwalitatieve aanbevelingen zullen gedaan worden m.b.t. manieren waarop de werking binnen de milieudienst geoptimaliseerd kan worden.
Eindbeschouwingen van de studie
Met behulp van statistische technieken werd nagegaan welke combinaties van verklarende variabelen/factoren de huidige of should be personeelsbezetting van de milieudienst (uitgedrukt in aantal VTE’s) het best verklaren.
De basisdata voor de analyse werden voornamelijk gehaald uit een webenquête bij de Vlaamse gemeenten, en werden aangevuld met bevindingen uit focusgroepen en andere bronnen.
Dit onderzoek bevestigt nogmaals dat de Vlaamse steden en gemeenten in het algemeen, en hun milieudiensten in het bijzonder, een sterk heterogeen beeld vertonen. Deze diversiteit wordt weerspiegeld in de resultaten van de statistische analyse. Met het onderzoek werden slechts een beperkt aantal ‘algemene’ factoren geïdentificeerd om de verschillen in bezetting van de milieudiensten te verklaren.
Anderzijds werden toch een aantal elementen verzameld die vermoedens in de één of de andere richting suggereren. Hiervoor werd niet steeds bevestiging gevonden in de ‘harde’ statistieken, maar de studie geeft ook een aantal voorzichtige conclusies inzake minimale bezetting van de milieudienst - die evenwel met de nodige nuance moeten worden geïnterpreteerd.
Op basis van het statistisch onderzoek werd een rekenmodule uitgewerkt die de bezetting van de gemeente plaatst t.a.v. de bezetting van andere gemeenten die ten minste een aantal dezelfde significante kenmerken vertonen.
Elke gemeente kan via deze rekenmodule de eigen situatie beoordelen in functie van specifieke eigen kenmerken die een hogere of lagere bezetting kunnen verklaren of eventueel rechtvaardigen. Er dient daarbij over gewaakt te worden dat de uitkomst niet als norm vooropgesteld wordt, maar niettemin ziet de gemeente waar ze staat in verhouding tot andere gemeenten die menen dat ze (bijna) voldoende personeel hebben. Elke uitkomst van de rekenmodule dient dus met de nodige voorzichtigheid en nuance te worden gehanteerd. De invulling van het eigen beleid, de visie, het takenpakket en de organisatiestructuur kunnen echter dermate verschillen dat grote verschillen tussen gemeenten realistisch kunnen zijn. Deze factoren kunnen echter niet objectief worden vastgelegd. Ook ervaring en vorming zijn belangrijk voor een performante milieudienst.
Er kan worden besloten dat een milieudienst zeker dient te bestaan uit een ‘basis’ van niveau A en B om de complexe taken uit te voeren. Een intergemeentelijke vereniging die een kwaliteitsvolle dienstverlening geeft kan als werkdrukverlagend ervaren worden.
De onderzoekers hebben de indruk dat de kleinste gemeenten met een soort ‘schaalnadeel’ te kampen hebben. Deze bedenking kan leiden tot de conclusie dat er een soort ‘kritische ondergrens’ zou kunnen bestaan voor de bezetting van de milieudienst van een gemeente.
Bij het begin van de studie werd als startpunt aanvaard dat het takenpakket van een bepaalde milieudienst zou bepalen hoeveel VTE er op de dienst wordt ingezet. Tijdens het onderzoek had men echter de indruk dat het verband misschien eerder omgekeerd is: een gemeente zet een aantal VTE in (soms bepaald door moeilijk meetbare factoren zoals prioriteit van milieu in het bestuur, persoon van de milieuschepen,…), en daarmee tracht de dienst zoveel mogelijk (vooral prioritaire) taken uit te voeren.
De volledige studie milieudiensten, pdf - 2,3 Mb, kan u hier downloaden.
Studiedag Gemeentelijke milieudienst- statuut en personeel - 13 september 2010
Op de studiedag werden de resultaten van deze studie toegelicht. De onderzoekers van het studiebureau Arcadis en het HIVA presenteerden tijdens de voormiddag de werkwijze, resultaten en conclusies van deze studie.