

AVONTUUR
Mama Treuzel roert nog eens in haar verse braambessenconfituur. ‘Ziezo, die is klaar’, denkt ze en ze veegt haar handen af aan haar groene schort.
‘Kijk mama, daar vliegt meneer Specht!’, gilt Puf. Puf is dol op spechten. Hij wou dat hij zelf ook kon vliegen.
Dan duikt meneer Specht recht op hen af en landt voor de voeten van mama Treuzel, Pit en Puf.
‘Dag meneer Specht’, zegt mama Treuzel vriendelijk. ‘Heb je toevallig zin in een potje verse braambessenconfituur?’
‘Nee, dank je’, fluistert meneer Specht en er valt een traantje op de grond.
‘Wat scheelt er?’, vraagt mama verschrikt.
‘Ach,’ zegt meneer Specht. ‘Heel mijn familie is gestorven. Enkel mevrouw Specht en ik zijn nog over. Maar mevrouw Specht is erg ziek.’
Meneer Specht ziet er heel verdrietig uit. Plots voelt hij Puf aan zijn vleugel trekken.
‘Hoe komt dat?’, wil Puf graag weten. ‘Dat jullie nog maar met twee over zijn en dat mevrouw Specht zo ziek is?’
‘Er is niet genoeg eten voor ons’, antwoordt meneer Specht.
‘Maar mama heeft toch net braambessenconfituur gemaakt? Jullie mogen toch mee-eten?’, zegt Puf verontwaardigd.
Nu moet zelfs meneer Specht even lachen. ‘Puf, wij eten toch helemaal geen braambessenconfituur of zonnebloempitjestaart. Wij eten insecten. Maar de insecten zijn verdwenen uit het bos. Daarom hebben wij honger.’
Pit, die al de hele tijd niks heeft gezegd, staat plots recht. ‘Dus, als er geen insecten meer zijn, hebben jullie geen eten meer en worden jullie ziek. En als er geen spechten meer zijn, worden er ook geen zonnebloemzaadjes meer naar de andere kant van het bos gebracht. En als er niet genoeg zonnebloemen zijn, zijn er ook niet meer genoeg zonnebloempitjes voor de Boeboeks en …’, ratelt Pit.
‘Dat klopt volledig’, zegt meneer Specht.
‘Oeioei’, denkt Pit en ze kruipt op de schoot van meneer Specht en slaat haar staartje om hem heen. Ook Puf nestelt zich onder die prachtige vleugels die hij zelf ook wel zou willen hebben. ‘Misschien kan opa Kakadoris mevrouw Specht wel genezen’, mompelt hij nog voor hij in slaap valt.
Download hier je kleurplaat van 'De laatste specht' (
pdf-document-593kb)
top

ACTIVITEITEN
Biezebos-stratego
Citaat Chiro Jez: ‘De kinderen vonden Bosstratego zeer leuk. In het begin was het spel niet zo duidelijk, maar dat liep wel los. Tijdens het kamp vroegen ze zelf om het nog een tweede keer te spelen!’
De Boeboeks willen niet dat de spechten verdwijnen, want spechten zijn nodig in het Biezebos. Net zoals de spechten nodig zijn, zijn eigenlijk alle dieren in het Biezebos nodig. Kom dit allemaal te weten via het Biezebos-strategospel.
Spelverloop
Het Biezebos-strategospel werkt volgens het principe van stratego.
Verdeel de Boeboeks in twee ploegen. Elke ploeg heeft een kamp, waar een begeleider aan elke Boeboek (strategisch) kaartjes uitdeelt. De Boeboeks lopen met hun kaartje rond. Ze moeten de kaartjes van de andere ploeg proberen te veroveren door Boeboeks van de andere ploeg te tikken. Na het tikken tonen de twee Boeboeks van de verschillende kampen hun kaartje aan elkaar (op hetzelfde moment bv. ‘tel 3-2-1 en toon dan’). De Boeboek met het ‘hoogste’ kaartje wint van de Boeboek met de lagere rangorde (zie reglement). Als twee Boeboeks een zelfde rangorde hebben, spelen ze blad-steen-schaar. De Boeboek die wint, krijgt het kaartje van de tegenstander en brengt het onmiddellijk naar zijn/haar eigen kamp. De verliezer haalt een nieuw kaartje in zijn/haar kamp. Bij het teruglopen naar het eigen kamp mogen de Boeboeks niet meer getikt worden en mogen ze ook zelf niet tikken.
Tijdens het spel lopen er 1 of 2 milieuvervuilers (begeleiding) rond die willekeurig Boeboeks tikken en hun kaartjes afpakken.
Het spel is afgelopen als de jagerkaart of de twee viruskaarten van een van beide kampen werden veroverd.
Het reglement
Er zijn twee soorten kaarten: de gewone (met een rangorde) en enkele speciale met een extra functie.
De gewone kaartjes zijn kaartjes uit de voedselpiramide. Hun rangnummer bepaalt wie ze kunnen overwinnen en door wie ze overwonnen worden (zie ook hieronder). Hoe hoger het nummer, hoe sterker. Regenworm (1) zit onderaan de piramide en kan door alles erboven ‘opgegeten’ worden. Jagers Willy en Eddy staan aan de top en overwinnen alles eronder. De speciale kaarten hebben een extra functie.
De kaartjes hebben volgende eigenschappen:
- De bombardeerkever (X) mag niemand tikken. Boeboeks die een bombardeerkever tikken, sterven. Enkel de spitsmuis (2) kan de bombardeerkever opeten.
- De regenworm (1) kan enkel het virus opeten.
- De egel (3) kan enkel de spitsmuis, de regenworm en het virus opeten.
- De hermelijn (4) kan de egel, de spitsmuis, de regenworm en het virus opeten.
- De vos (5) kan de hermelijn, de egel, de spitsmuis, de regenworm en het virus opeten.
- De wolf (6) kan de vos, de hermelijn, de egel, de spitsmuis, de regenworm en het virus opeten.
- De beer (7) kan de wolf, de vos, de hermelijn, de egel, de spitsmuis, de regenworm en het virus opeten.
- De jager (8) kan de beer, de wolf, de vos, de hermelijn, de egel, de spitsmuis en de regenworm opeten. De jager is niet bestand tegen het virus (!).
Verdeling van de kaartjes
Het spel bestaat uit kaartjes met verschillende aantallen. Zo is er slechts 1 jager en veel regenwormen in elk kamp. Het is dan ook belangrijk om de kaartjes strategisch te verdelen. Geef de kaartjes van elk kamp een andere kleur. Voor een groep van 25 Boeboeks kan je de volgende aantallen gebruiken:
- jager Willy/Eddy: 1
- bruine beer: 2
- wolf: 3
- vos: 4
- hermelijn: 5
- egel: 6
- spitsmuis: 8
- regenworm: 16
- bombardeerkever: 8
- het virus: 2
Aandachtspunten
- In het begin lijkt dit spel ingewikkeld, maar van zodra je het speelt, loopt het vanzelf.
- Om het spel vlot te laten verlopen, hang je een groot bord of een affiche op waarop je de rangorde weergeeft (piramide). Je kan ook op de kaartjes schrijven of tekenen wie je kan opeten en door wie je kan opgegeten worden.
- De Boeboeks mogen maar één kaartje van hun eigen ploeg hebben. Ze mogen die niet omruilen. Alleen als ze van hun tegenstander verliezen, krijgen ze een ander kaartje.
- Milieuvervuilers dienen om nog meer actie in het spel te stoppen. Ze zorgen ervoor dat ze bij de twee ploegen evenveel vernielen. Daarbij tikken ze vooral Boeboeks die rond hun kamp blijven hangen of vals spelen. Als ze een jager of het virus tikken, dan nemen ze het kaartje niet af. Overdrijf niet in het kaartjes roven.
- Schenk aandacht aan de verdeling van de kaartjes. Je doet dat beter een beetje strategisch door in het begin veel dieren van een lagere rangorde uit te delen die dan op verkenning kunnen gaan.
- Laat de jager en het virus in het begin van het spel nog niet meedoen. Spreek met het andere kamp af wanneer de jager en het virus in het spel komen.
- Voor de jongere Boeboeks kan je het spel als volgt aanpassen: blad – bladluis – lieveheersbeestje – merel – buizerd. In dit spel zijn er geen speciale functies. Hier geldt enkel de rangorde van de kaartjes. (meer info zie ‘Buitenbenen’, p. 71)
top

Tikkertje met insecten
Er bestaan ontelbaar veel soorten insecten, veel meer dan we denken. Steek wat variatie in het tikkertjesspel en doe inspiratie op bij de insecten!
Tikkertje met insecten:
- mug: tikken door elkaar te prikken
- lieveheersbeestje: tikken door elkaar te knuffelen
- waterspin: tikken door iemand te omarmen, zoals de spin een luchtbel in haar pootjes omarmt om hem mee onder water te nemen
- sprinkhaan: tikkertje al springend
- worm: iedereen beweegt zich voort met z’n buik op de grond
- …
top

Insectenparadijs
Een kale plek zonder bloemen om van te snoepen, zonder holletjes om in te schuilen, zonder blaadjes om te verslepen … daar hebben insecten niet veel aan en dus trekken ze weg. Zorg ervoor dat de insecten weer massaal naar het Biezebos trekken door er zoveel mogelijk aantrekkelijke plekjes aan te leggen: een insectenpretpark, een roetjsbaan, een benjiplek, een zandbak, een hutje, een bed, een massageplek, een zwembad, een luilekkerstoel, een vliegend tapijt, een insectencafé …
Laat de Boeboeks met voorwerpen uit de natuur een insectenparadijs maken. De Boeboeks bakenen een stukje in het bos af dat ze tot een insectenparadijs omtoveren. Laat de Boeboeks eventueel in kleine groepjes werken. Geef ze wat materiaal zoals een klein schopje of een lepel om te graven, touw om iets vast te binden …
Ga de volgende dagen kijken: heeft het pretpark succes?
top

Fantasie-insecten
Te weinig insecten in het Biezebos? Pit en Puf dromen over alle mogelijke insecten die ze naar het Biezebos kunnen lokken. Maak fantasie-insecten die het bos vullen.
Ter inspiratie kunnen de Boeboeks eerst insecten en andere kleine diertjes van nabij onderzoeken. Ze draaien een steen of boomstronk om, zoeken tussen de bladeren. Ze vangen de insecten in kleine potjes en observeren ze met een loep. Hoeveel poten hebben ze? Hoeveel ogen? Hebben ze voelsprieten? Is het beestje behaard? Welke kleur hebben de insecten? Als er geen ruimte of mogelijkheid is om insecten te bestuderen, kan je ook werken met tekeningen of foto’s.
De Boeboeks maken een tekening van de insecten die ze bekijken. Ze letten hierbij op alle kenmerken: poten, kleur, beharing, voelsprieten, grootte … Laat de insecten daarna opnieuw los in de vrije natuur!
De Boeboeks ontwerpen hun eigen insect. Ze laten hun fantasie de vrije loop en combineren hun creativiteit met zaken die ze bij de insecten hebben gezien.
Voor het ontwerp van de insecten kan je gebruik maken van papier maché, klei of zoutdeeg. Gebruik ook materiaal uit de natuur zoals pluimpjes, steentjes, takjes, zand, de kleur van braambessen … Ook bij het afval vind je misschien leuke attributen om de insecten extra mooi te maken!
Zo kan je bijvoorbeeld een rups maken met eierdozen. Je snijdt of knipt een rij van eierdopjes uit een eierkarton. De randen knip je mooi rond of glad en aan een kant knip je het randje wat bij, zodat het een 'hoofdje' krijgt. Het geheel verf je en aan een kant 'plant' je twee mooie voelsprieten. Je rups is klaar.
top

Medicijnen brouwen
Om Mevrouw Specht te genezen, zijn de Boeboeks op zoek naar enkele wondermedicijnen.
Boeboeks doen het enorm graag: prutsen met allerlei ingrediënten en hun eigen fantasiedrankjes en -medicijnen maken. Laat de Boeboeks een medicijn ontwikkelen om de spechten te genezen. Geef hen enkele ingrediënten, maar laat hun fantasie vooral de vrije loop en laat ze in de natuur hun ingrediënten verzamelen. Laat de Boeboeks experimenteren met vaste en vloeibare vormen (zand toevoegen maakt vaster), kleuren (bramen, paardenbloemen …).
Als de Boeboeks achteraf het medicijn willen proeven, werk dan enkel met eetbare ingrediënten!
top

Dat smaakt naar meer
- Maak een voedselpiramide met de Boeboeks die elk een rol krijgen. Onderaan de blaadjes, daarboven de bladluizen, dan de lieveheersbeestjes, vervolgens de merel en helemaal bovenaan de torenvalk. Je kan de Boeboeks kaartjes geven van een element uit de ‘voedselpiramide’.
- Speel ‘eten en gegeten worden’ uit ‘Buiten Benen’ p.72 ( Zie ook in Links ) waarbij de Boeboeks zo snel mogelijk in de laatste schakel van de voedselketen terechtkomen.
top

DUURZAME ONTWIKKELING
Pit heeft het nog niet zo mis. Als er te weinig insecten zijn, worden de spechten ziek. Als er geen of onvoldoende spechten zijn, zullen de zonnebloemen niet meer overal bloeien, zodat de Boeboeks geen zonnebloempitjes meer kunnen eten.
Alles in de natuur hangt samen en elke soort heeft zo zijn welbepaalde functie in het bos.
- De insecten zijn belangrijk als voedsel voor heel wat dieren. Normaal zijn er miljoenen en miljoenen insecten, dus is dat geen probleem als er enkele door de spechten worden opgegeten.
- De spechten spelen een belangrijke rol in de verspreiding van de zaden van planten.
- De Boeboeks ruimen het bos op en strijden voor een duurzame samenleving.
- Als er een schakel uitvalt, heeft dat gevolgen voor het hele systeem.
Meer informatie over de achtergrond van dit avontuur vind je hier.
top
