Sla navigatie over
www.lne.be
home | contact | sitemap | publicaties | vacatures | english information
  Over onze organisatie  
     
  Thema's  
     
  Campagnes  
     
  Doelgroepen  
     
U bent hier: www.lne.be De klimaatconferentie in Kopenhagen in 10 vragen en antwoorden

De klimaatconferentie in Kopenhagen in 10 vragen en antwoorden

United Nations Climate Change Conference Copenhagen 2009 (COP15) - 7 tot 18 december 2009

1. Waar ging het over?

Twee grote debatten vonden plaats in Kopenhagen. In de eerste plaats is er de uitdaging om klimaatverandering zoveel mogelijk in te perken. Dit vereiste een akkoord over het verminderen van broeikasgassen zoals CO2, over een verdeling van die inspanning, en over de financiering ervan. Daarnaast moeten de landen die nu al de gevolgen van klimaatverandering voelen zich hieraan kunnen aanpassen. Ook hiervoor moest geld op tafel komen.

2. Wat was het specifieke belang van deze conferentie?

Op de conferentie in Kyoto (1997) werd beslist wat de industrielanden tot en met 2012 zouden doen. Verbintenissen voor de “post-2012” periode moesten dus nog afgesproken worden. Twee jaar geleden, in Bali, werd beslist de onderhandelingen hierover in Kopenhagen af te ronden.

3. Wat is het resultaat van de klimaatconferentie?

Het Kopenhagen Akkoord werd niet formeel aangenomen door alle landen. Er werd enkel akte genomen van het document. Het gaat dus om een “politiek” eerder dan om een wettelijk bindend akkoord. De verwijzing naar de omzetting ervan in een wettelijk bindend akkoord tijdens de volgende klimaattop (Mexico, 2010) haalde de uiteindelijke tekst niet. Hiermee wordt dit vraagstuk opengelaten. Het Kopenhagen Akkoord bevat over een aantal cruciale punten (zoals financiering) een eerste aanzet maar blijft op veel andere punten nog heel vaag. Zo bevat het akkoord geen emissiereducties.

4. Over hoeveel emissiereducties gaat het?

Om de 2°C doelstelling binnen bereik te houden (65% kans) is tegen 2020 van de ontwikkelde landen als groep een daling nodig van de broeikasgas¬emissies van 25 à 40% t.o.v. 1990, en van 80 à 90% in 2050. Van de groep van ontwikkelingslanden wordt in 2020 een daling van 15-30% t.o.v. van de normaal verwachte emissietoename verwacht. Hoewel het Akkoord wel verwijst naar de 2°C doelstelling haalde geen van de emisiereductiedoelstellingen het akkoord. Die moeten door alle landen tegen 1 februari 2010 opgestuurd worden naar de VN. Het feit dat het akkoord nog geen emissiereducties bevat wijst op een nieuwe aanpak, namelijk een bottom-up benadering die nationale doelstellingen inschrijft in een internationale context, i.p.v. een onderhandeld resultaat dat via een top-down logica ontstaat.

5. Welk prijskaartje hangt eraan vast?

In het Kopenhagen Akkoord verbinden ontwikkelde landen zich ertoe tegen 2020 samen elk jaar $ 100 miljard te mobiliseren voor klimaatbestrijding. Dit bedrag kan uit publieke of privé fondsen/markten voortvloeien en zal voor een groot stuk via een nieuw op te richten fonds verstrekt worden. Het Akkoord bevat geen gelijkaardige voorzieningen voor adaptatie.
Naast deze “post-2012” financiering bevat het Akkoord ook een bepaling m.b.t. “fast-start financiering”. Dit is de financiering die nodig is van 2010 tot 2012, dus voor een nieuw akkoord in werking treedt. Om tegemoet te komen aan de meest dringende adaptatienoden en om klimaatbeleid voor te bereiden wordt tijdens deze 3 jaren elk jaar $ 10 miljard beschikbaar gesteld. De Europese Unie heeft al voor zichzelf beslist daar jaarlijks € 2,4 miljard (ongeveer € 3,4 miljard) aan bij te dragen.

6. Wat met de luchtvaart en de scheepvaart?

De “bunkersectoren” zijn een groeiende bron van broeikasgasuitstoot die tot nu toen niet door het VN klimaatverdrag of het Kyoto Protocol gereguleerd werden. Het Kyoto Protocol delegeerde die taak naar de IMO (Internationale Maritieme Organisatie) en naar het ICAO (Internationale Civiele Luchtvaartmaatschappij) maar deze twee organen slaagden er niet in hierover consensus te bereiken. De EU maakte zich dan ook sterk dat het Kopenhagen Akkoord doelstellingen moest bevatten voor deze twee sectoren, waarna enkel de implementatie zou worden doorverwezen naar de IMO en de ICAO. De tekst van het Kopenhagen Akkoord maakt echter niet expliciet melding van de bunkersectoren. Via een verwijzing naar innovatieve bronnen van financiering (bv. via taksen of veilingen van emissierechten) blijft de deur daartoe wel nog open.

7. Klopt de berichtgeving over het gebrek aan transparantie bij de eindonderhandelingen?

Het is correct dat tijdens het “High-level segment”, wanneer de ministers aanwezig zijn, niet alle landen rond de tafel zitten. Hoewel de vertegenwoordiging binnen groepen als de Europese Unie vrij goed geregeld is, is dit bij de grote groep van ontwikkelingslanden niet het geval. Hierdoor ontstond bij landen als Bolivia en Venezuela het gevoel dat het proces partijen uitsluit. Het beperken van de deelname aan de laatste fases van de onderhandelingen is een gebruikelijke procedure binnen de VN. Wegens de felle reacties hiertegen zal in de toekomst zal echter moeten gezocht worden naar een formule die transparantie en efficiëntie combineert.

8. Wat na Kopenhagen?

Opnieuw kijken we aan tegen evoluties zowel op inhoudelijk als op juridisch vlak. Het Kopenhagen Akkoord verschaft politieke sturing op een aantal grote punten maar vereist nog ongelofelijk veel inhoudelijke uitwerking. Ook op juridisch vlak is het werk niet af. In de laatste versie van het Akkoord ging het mandaat om naar een juridisch bindend akkoord toe te werken in 2010 verloren, maar dit is nog steeds de ambitie van de Europese Unie.

9. Wat betekent dit voor België dat op 1 juni 2010 voorzitter wordt van de EU?

Het teleurstellende resultaat uit Kopenhagen impliceert een zware werklast voor Spanje (huidig voorzitter) en België (toekomstig voorzitter). Hoewel het aantal geplande conferenties voor 2010 momenteel beperkt is, bestaat de uitdaging erin het vertrouwen tussen de onderhandelingspartners te herstellen, dit door een eventuele wijziging in strategie en door het bouwen van allianties.

10. Wat zijn de gevolgen voor Vlaanderen?

Minister Schauvliege zit vanaf juli 2010, wanneer België het voorzitterschap van de EU op zich neemt, de Europese Milieuraad voor. Ze heeft op de Top dan ook actief contacten gelegd en overleg gevoerd met haar Europese collega’s om die taak nu al voor te bereiden.
Hoewel het Kopenhagen Akkoord niet wettelijk bindend is houdt Vlaanderen, binnen België en de EU zich eraan de politieke verbintenissen die de EU aangaat na te leven. Vlaanderen zal dan ook actief meewerken aan de verdere uitwerking en implementatie van het akkoord.

 

Meer informatie