Sla navigatie over
www.lne.be
Home LNE | Home Dikke-truiendag
  Over de Dikke-truiendag  
     
  Bespaar energie  
     
  Meer informatie  
     
  Winnaars 2010  
     
U bent hier: www.lne.be Campagnes Dikke-truiendag Over de Dikke-truiendag Wat en waarom Broeikaseffect, klimaatverandering en energiegebruik

Broeikaseffect, klimaatverandering en energiegebruik

In de atmosfeer zijn gassen aanwezig die de invallende zonnestraling doorlaten, maar de teruggekaatste straling van het opgewarmde aardoppervlak opnemen. Dit fenomeen heet het broeikaseffect naar analogie met de werking van glas in een serre. Het leven op aarde dankt zijn bestaan aan dit broeikaseffect: de gemiddelde temperatuur op aarde zou anders -18 °C bedragen, in plaats van de huidige +15 °C. De voornaamste natuurlijke broeikasgassen zijn waterdamp (H2O), koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). De concentratie van deze gassen in de atmosfeer is het resultaat van talrijke dynamische processen en cycli die op elkaar ingrijpen.

De laatste 100 jaar heeft de mens grote hoeveelheden broeikasgassen in de atmosfeer geloosd door verbranding van fossiele brandstoffen (CO2 en N2O), veeteelt (CH4 en N2O), afvalverwerking (CH4) en chemische processen in de industrie (N2O). Door de wereldwijde ontbossing en de ermee gepaard gaande verbranding worden grote koolstofreservoirs in het hout en de bodem omgezet naar broeikasgassen (vnl. CO2). Daarnaast dragen ook nieuwe stoffen zoals de chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK’s), hun vervangproducten zoals zachte chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK’s) en fluorkoolwaterstoffen (HFK’s en PFK’s), o.a. gebruikt als koelmiddel en drijfgas, en zwavelhexafluoride (SF6) bij tot het broeikaseffect. SF6 zit in sommige elektrische schakelinstallaties en in geluidsisolerende dubbele beglazing.

Door die menselijke uitstoot is de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhoogd. Deze verhoogde concentratie versterkt het natuurlijke broeikaseffect en leidt bijgevolg tot een verhoging van de gemiddelde aardtemperatuur en een globale klimaatverandering.

In Vlaanderen is meer dan 80 % (83 % in 2005) van de broeikasgasuitstoot een direct gevolg van het energiegebruik. In het bijzonder levert de verbranding van fossiele brandstoffen (steenkool, aardolie, aardgas en hun afgeleide producten) een belangrijke bijdrage aan de uitstoot van antropogene broeikasgassen. CO2 – waarvan de emissies praktisch volledig te wijten zijn aan de verbranding van fossiele brandstoffen – is met een aandeel van 85 % in de uitstoot ook veruit het belangrijkste broeikasgas in Vlaanderen. Ondanks de inzet van kerncentrales voor ruim 40 % van onze elektriciteitsvoorziening en het toenemend gebruik van hernieuwbare energiebronnen, blijft Vlaanderen ook in 2005 voor 85 % afhankelijk van fossiele brandstoffen voor zijn energiegebruik.

Voor de terugdringing van de broeikasgasuitstoot tot een duurzaam niveau is er een combinatie van twee soorten maatregelen nodig: vermindering van de aanspraak op natuurlijke hulpbronnen, zoals fossiele brandstoffen, en het breken van de bestaande trend in het huidige ontwikkelingspatroon van het energiegebruik. Dit kan door een hogere efficiƫntie in het gebruik van fossiele brandstoffen te combineren met meer milieuvriendelijke energieproductie (WKK, hernieuwbare energiebronnen).


ontdek het campagnemateriaal

klimaatverandering en energie?

de dikke-truiendag prijzenpot !

opgelet: 1 graad celcius lager volstaat !